248816
 
 
 
 
 

     Menu:

> Startscherm
> Schrijvers
> Verhalen
> Open verhalen
> FAQ
> Vintage

Keiharde dromen s2
328 Silhouetten
Door: EsQuizzy
Commentaar van de schrijver:
Categorie: Drama / Roman
Geschatte leestijd: ca. 8 minuten

Ver beneden een schitterend heldere sterrenhemel spreidde zich tot voorbij de aaneengesloten horizon een oppervlak uit, dat zacht glinsterde in het onwaarschijnlijke licht van de duistere nacht.
In scherp contrast tegen die uitgestrekte watermassa gleden enkele zwarte schaduwen op grote hoogte door de nachtelijke ochtendlucht, waar ze zich aftekenden als scherp gepunte en op sommige plaatsen gerafelde silhouetten.
Fregatvogels. De soms aan bijgeloof gekoppelde sierlijk gevleugelde ratten van de tropische oceanen. Onhandig op het land en ongeschikt voor het water, maar ruimschoots gecompenseerd op het gebied van luchtacrobatiek.
In de diepte die zich onder de opmerkzame luchtpiraten uitstrekte, werden als minuscule zwarte stipjes twee onderbrekingen van het vloeibare parelmoer zichtbaar. Direct richtten gladde snavels zich naar beneden; vouwden lange vleugels zich ineen.
In een wilde maar beheerste vrije val volgde de strijd om het recht van de snelste: de vogel die het wateroppervlak als eerste wist te bereiken had de meeste kans op de beste portie… als hij daaraan wist vast te houden onder de even gulzige concurrentie van zijn soortgenoten.
Vrijwel gelijktijdig sloegen ze hun vleugels uit om op het laatste moment recht te trekken en een eerste uithaal te doen naar één van de drijvende objecten.
Maar dat liep anders af: een plotseling opduikend wezen sprong als uit het niets uit het water op en veroorzaakte daarmee een schrikreactie bij de grote vogels, die razendsnel uitweken om een botsing met de dolfijn en elkaar te voorkomen.
Trikticlic plonsde terug in het water, vlak naast prinses Lidhia’s hoofd dat tot net onder haar ogen boven water uitstak. Het prinsesje gaf Toenak, die op een armlengte bij haar vandaan zwom, een verontschuldigende blik en zei: „Het spijt me, magister, maar Trikticlic vindt het zó leuk om met ons mee te mogen naar de lucht!” Ze wendde zich tot de watervlugge dolfijn en riep: „Trikticlic, nu niet meer springen hoor!”
„Integendeel, Hoogheid,” antwoordde Toenak. „Waar ik het onder andere omstandigheden volledig met u eens zou zijn geweest in die uw laatste opdracht, doet mijn gehoor mij nu toch krachtig vermoeden dat de sprong van uw favoriete triktill ditmaal beschermend van karakter in zowel het uwe als mijn eigen voordeel was.”
„Hoe bedoelt u?” vroeg Lidhia verbaasd, waarop ze even onderdook om Trikticlic met haar blik te kunnen volgen, terwijl die een trouw bewakingsrondje om hen heen zwom. Een paar lichaamslengten beneden hen zwommen hun beide lijfwachten. De magister antwoordde: „Mijn gehoorsorgaan meende tijdens de sprong van de triktill een trilling met een andere karakteristiek waar te nemen: een geluid dat met een aan onmogelijkheid grenzende onwaarschijnlijkheid van Trikticlic afkomstig was.”
„Oh,” reageerde Lidhia, terwijl ze haar ogen weer boven het kalm golvende wateroppervlak liet uitkomen. „Wat dan?”
Opnieuw sprong Trikticlic. Dit keer zag Lidhia de schaduwen tegen de sterrenhemel.
„Ah! Zag u dat!?”
„Ik geef toe dat mijn oude ogen een tweetal luchtzwemmers oppikten, Hoogheid,” antwoordde Toenak. „En wellicht zijn er méér in de omgeving.”
Scherp hield de magister Trikticlic in de gaten. De opgewonden snerpende dolfijn beschreef onder water een korte cirkel en nam opnieuw een aanloopje. Met één flinke slag stuwde Toenak zichzelf uit Trikticlics geschatte spoor; tijdens een tweede haalde hij diep water en doorbrak hij de waterspiegel, waarbij hij tot aan zijn middel boven het water uitrees op het moment dat Trikticlic zijn sprong begon. Lidhia keek geschokt toe hoe één van de schaduwen vlak langs de magister scheerde maar net op tijd uitweek. Terwijl Trikticlic even sierlijk als altijd weer in zee terechtkwam, zag ze hoe de vliegende schaduwen — het waren er drie — zich zwijgend terugtrokken en in het donker verdwenen.
„Trikticlic, een oude magister is u zijn dank meer dan verschuldigd,” waardeerde Toenak de dolfijn, die zijn kop boven water uitstak en de fregatvogels vrolijk leek uit te jouwen.
„Waarom deed u dat?” vroeg Lidhia, benieuwd naar de actie van de magister. Die legde encyclopedisch uit: „Niktiidi. Met een spits gehoekte vinwijdte van meer dan de lengte van een volwassen waterling en een lichaamsgewicht dat beduidend kleiner is dan hun afmetingen doen vermoeden, brengen deze wezens een groot deel van hun leven drijvend in de lucht door. Daarbij zijn zij continu op zoek naar prooien, die zij met hun gehaakte bek uit het water oppikken — of behendig aan soortgelijke organismen weten te ontfutselen. Deze exemplaren zagen u en mij aan voor op het water liggende versnaperingen. Ik richtte mij op uit het water om duidelijk te maken dat hun ogen groter waren dan het volume dat hun maag bevatten kan. Klaarblijkelijk heeft dit het gewenste resultaat veroorzaakt.”
„Oké,” reageerde Lidhia, die nog ietwat schichtig omhoog keek. Toenak keek verbaasd opzij.
„…Excuseert u mij,” begon de oude geleerde. „Wilt u zo vriendelijk zijn, Hoogheid, om mij uw laatste uitspraak eenmaal te herhalen?”
„Oh!” ontdekte Lidhia, die zichzelf weer terugvond en de vragende blik op het gezicht van de magister ontdekte. „Ik zei ‘oké’. Dat is een uitdrukking van de luchtlingen. In dit geval wilde ik ermee zeggen dat ik uw uitleg begrijp.”
„Oo-kee,” herhaalde de magister langzaam, waarbij hij in het midden liet of hij het werkelijk begreep, of dat het slechts een overpeinzende herhaling was om het nieuwe woord een plekje te geven.
„Waarom hebt u mij eigenlijk mee naar boven genomen?” wilde Lidhia nu weten.
„Uw magister had de bedoeling opgevat u met enige zaken bekend te maken,” antwoordde de magister. „Vooral met het oog op het nog rondom ons heersende duister is dit tijdstip het meest gunstige om deze excursie te ondernemen. Hoogheid, wilt u misschien uw ogen eens richten op de hoge lucht en mij van een mondelinge beschrijving van wat u daar waarneemt voorzien?”
Met Lidhia keek Gabriëlle omhoog. Dit was een vertrouwde ervaring met fijne herinneringen: zwemmen onder een heldere sterrenhemel…
Maar wàt voor een sterrenhemel! Ze besefte dat ze er tot dit moment geen flauw idee van had gehad wat het betekende om ‘sterren te kijken’. Het waren er hier zo ontzettend veel meer dan zij gewend was! En wat een prachtig gekleurde achtergrond bood dit magistrale schouwspel! Van diepzwart tot gloeiend indigo en van donkerpaars tot bijna rood… en dan al die kleurrijk fonkelende sterren! Ze zag er bijna de oneindige diepte in en was onder de indruk; voelde dat Lidhia dat óók was.
Vlak boven de gestaag golvende horizon schitterde het Zevengesternte, de Plejaden. Duidelijk was schuin rechts daarboven het flinterdunne, liggende sikkeltje van de maan te zien, als een vliegend schip uit een sprookje. Lidhia’s ogen bleven er even op rusten, maar dwaalden al gauw verder naar rechts.
Een heldere ster stond vlak naast de maan — Lidhia schonk er geen aandacht aan. Verder draaide ze: hoog in de lucht en vlak boven de horizon blonken enkele zeer heldere sterren tussen hun ontelbare soortgenoten, maar die gaven Gabriëlle in de gauwigheid niet voldoende aanknopingspunten om er iets van te herkennen. Doorgaans kon ze haar richting heel aardig bepalen aan de hand van de sterren: haar kennis van de bekendste sterrenbeelden had haar vader haar als kind al bijgebracht, maar op dit moment gaf Lidhia haar niet echt de kans om iets van het gespikkelde doek te maken. De prinses draaide langzaam verder en probeerde duidelijk zo veel mogelijk van het firmament in zich op te nemen in een zo kort mogelijke tijd, terwijl Gabriëlle zich liever voor langere tijd op één bepaald gedeelte van de hemelkoepel zou hebben gericht om er wijs uit te worden.
„Het doet me denken aan de plafonds in het paleis,” antwoordde de prinses haar leermeester dromerig. „Maar dan hoger, en de puntjes luminescentie zijn veel fijner. En veel verder weg. Zijn dat daarboven óók levende wezentjes die licht geven, net als in onze plafonds? Gabriëlle noemt ze ‘sterren’.”
Toenak gaf niet direct antwoord. Lidhia liet haar blik naar het volgende opvallende onderdeel van de hemel glijden: duidelijk stond de kleurig lichtende Melkweg in een schuin hangende boog van de ene naar de andere kant van het zwerk. Ze volgde de opvallend heldere, brede band van de ene naar de andere horizon.
„Oooooooh!”
In Lidhia’s vloeiende beweging zag Gabriëlle tot haar vreugde de haar bekende kruisvorm van Cygnus, de Zwaan, voorbijglijden.
Lidhia hield plotseling haar hoofd stil.
Gabriëlle realiseerde zich dat ze naar Cassiopeia keek. En met dat besef kwam de fysieke ervaring die Lidhia had toen ze het sterrenbeeld herkende…
„Hé!” deed het prinsesje enthousiast. „Die lichtjes daar kèn ik! Die heeft Gabriëlle me óók laten zien! Ze lijken samen op een letter uit haar taal: de ‘W’!”
Gabriëlle had nu genoeg informatie om uit te puzzelen waar de Poolster zou moeten staan. Ze wilde het graag controleren maar daar gaf Lidhia haar geen kans toe, opgewonden als ze was bij het herkennen van het opvallende sterrenbeeld. Gabriëlle wenste nu wel even dat ze Lidhia’s ogen kon sturen…
In gedachten trok ze een lijn vanuit de staart van de Zwaan naar de meest rechtse ster van Cassiopeia — als je die als een ‘W’ nam. Een rechte hoek over dat sterrenbeeld heen en dan ongeveer dezelfde afstand…
Wat vreemd, bedacht Gabriëlle. Dan zou de Poolster ongeveer op de horizon moeten liggen! Ze wist genoeg van aardrijkskunde om te snappen dat haar nieuwste ontdekking zou betekenen dat Liliaño zich niet ver van de evenaar kon bevinden.
„Bent u wellicht bereid mij aan te duiden wèlke lichtjes in het bijzonder uw opgetogenheid zo bovenmatig stimuleren, Hoogheid?” vroeg Toenak nu nieuwsgierig. Lidhia wees; Toenak volgde haar blik.
„Die twee daar naast elkaar,” richtte Lidhia haar slanke wijsvinger, die tot net voorbij het eerste gewricht door een taai zwemvlies met haar middelvinger verbonden was. „En die ene bijna recht onder de rechtse van die twee, en dan weer schuin naar rechts naar beneden… en dan weer daar bijna recht onder! Ziet u? Gabriëlle heeft mij die aangewezen!”
„Die overweging van u is in mijn beleving uitermate interessant, Hoogheid,” sprak Toenak.
„Ja?” antwoordde Lidhia nieuwsgierig. „Waarom dan?”
„Uw magister koestert in de schaduwen van zijn bewustzijn de al dan niet ijdele hoop op een dieper inzicht in dit fenomeen vanuit de u bekende bronnen van kennis die u toeschrijft aan de wereld der luchtlingen, Hoogheid.”
Lidhia verwerkte die zin even, en vroeg toen: „U wilt weten of Gabriëlle er meer over kan vertellen?”
Daar lijkt het wel op, dacht Gabriëlle bevestigend, terwijl de magister inderdaad knikte en zei: „Reeds lang heeft het luchtplafond mijn verlangen naar uitbreiding van mijn inzicht in mysterieuze zaken als deze geprikkeld, Hoogheid. Dit verlangen mijnerzijds werd gedurende de recentelijk voorbijgegleden stonden wederom opgezweept vanwege de verwijzing naar wat uw Gabriëlle ‘sterren’ noemt, die de oude hofdichter Gershevy blijkt te hebben verweven in één van zijn dichterlijke uitingen.”
„Gershevy heeft over die lichtpuntjes geschreven?” begreep Lidhia. „Wat grappig! Wat heeft hij erover te zeggen dan?”
„Wilt u uw magister de schuld kwijtschelden u die vraag te beantwoorden?” vroeg Toenak. Lidhia keek hem onderzoekend aan. Bijna precies hetzelfde had hij ook aan haar ouders gevraagd, toen die hem vroegen naar de ondanks alles geboekte vorderingen in het onderzoek naar het boek. Zij zelf had op dat moment gepopeld om Trikticlic op te halen voor dit onverwachte nachtelijke uitstapje waarvoor de magister haar ouders om toestemming had gevraagd.
„Wilt u het niet vertellen?” vroeg ze nadenkend. Toenaks blik liet een zachte glimlach zien. Lidhia begreep: „Nog niet?”
De nu brede glimlach van de magister vertelde haar zonder woorden dat ze gewoon geduld zou moeten hebben.
„Ik zou nog even naar mijn kamer kunnen gaan — proberen of ik nog wat kan slapen?” opperde ze hoopvol. Het was Gabriëlle toch óók gelukt?
„Rekening houdend met uw huidige staat van nieuwsgierige opwinding, acht ik de kans dat uw klaarwakkere gedachten u de mogelijkheid gunnen om deze huidige nacht de slaap nog te vatten slechts uiterst gering, Hoogheid,” plaagde Toenak haar met zijn fijne lachje. „Of het zou op een vergelijkbare wijze moeten geschieden als de dag van gisteren’s gisteren het geval was op het moment dat u de convergerende echo’s van uw eigen stem gewaar werd. In dat geval durf ik te vermoeden dat uw wakkere aanwezigheid ons aller onderzoek van groter dienst zal wezen dan een bewuste poging om tegen alle redelijke verwachting in met uw luchtlinge van plaats te wisselen.”
„Maar… Gabriëlle is het ook gelukt!” protesteerde Lidhia koppig. De magister gaf haar een lange, stille blik — hij leek Lidhia’s voorstel te overwegen. „Al meer dan één keer, zelfs,” voegde de prinses aan haar pleidooi toe.
„Mag ik u vriendelijk verzoeken bij uzelf na te gaan in welke toestand de verstandelijke, emotionele en fysieke gesteldheid van Gabriëlle zich bevonden?”
Ik was doodop, begreep Gabriëlle direct. Geen wonder dat ik zó in slaap viel.
Lidhia zweeg bedremmeld en keek terug naar de ontelbare twinkelende lichtpuntjes die op haar neer leken te kijken. Op dat laatste onuitgesproken argument van magister Toenak had ze tot haar spijt geen weerwoord.

Gepost op 02-03-2011 om 19:18 uur
224 keer gelezen
<< Vorige in deze serie

Alle verhalen in deze serie (Keiharde dromen)
Alle verhalen van deze schrijver (EsQuizzy)

Door: Rapunzel
Deze keer maar 1 woord, Quizzy: DIEP

Side note:
Ik geef toe dat mijn oude ogen een tweetal luchtzwemmers oppikteN (meervoud), Hoogheid,” antwoordde Toenak.

De opgewonden snerpende dolfijn “beschreef” onder water een korte cirkel en nam opnieuw een aanloopje. Voorstel: i.p.v. beschreef --> schreef, draaide, maakte??
Want "beschrijven" = het geven van een samenhangende opsomming van alles dat je aan de/het te beschrijven persoon, object, proces of voorwerp kan waarnemen. Het kan de basis vormen voor een verklaring en voorspelling. Denk niet dat Trikticlic dit voor ogen heeft
Gepost op 02-03-2011 Om 20:11

Dank je, Rapunzel! =)

@oppikteN: je hebt helemaal gelijk, dank je!

@beschreef: daar heb je maar ten dele gelijk, want ik gebruik daar een uitdrukking: „een halve cirkel beschrijven” (een beweging maken in een gebogen lijn)

Mag ik vragen naar een beschrijving van wat je zo diep vindt in deze post?

=)

Gepost op 02-03-2011 Om 20:24

Door: Rapunzel
Euhm, ja, daar mag je zeker naar vragen

Zat zo te denken, dat de vraag van Toenak m.b.t. de sterrenlucht veel te maken heeft met het stukje “Beta Cygnus”, dat je eerder vandaag gepost hebt. En Mattheüs 2…

Nou ja, das toch best wel DIEP

En Toenak is uiteraard weer iets op het spoor!!!

Wedervraag if I may: Wat bedoelde je 1-3-11 nou met @Kd: Tot zover de introductie...? Or am I sleeping while I`m awake if I`m asking you this??
Gepost op 02-03-2011 Om 20:52

Dat ik vanmiddag (eindelijk eens) dat oude (!) gedicht geplaatst heb, had niets *bewusts* te maken met het vandaag plaatsen van Kd·328, die ik al maanden geleden in de ruwe versie geschreven had. Toen ik vanavond de laatste hand aan deze Kd-post legde, moest ik grijnzen om het feit dat ik Cygnus ook in deze post genoemd had. =D

Maar… ja, het valt mooi samen. En: ja, het geeft een stukje meer inzicht in de diepgang van deze post.

Dank je voor je reactie! =)

Gepost op 02-03-2011 Om 21:02

Door: EsQuizzy

Voor een heel mooie demonstratie van de fregatvogels en hun luchtacrobatiek:

www.youtube.com/watch?v=zWbTwhT37Ww

Gepost op 03-03-2011 Om 10:53

Ter info: de grote, aggressieve zwarte en zwart-witte (jongen/vrouwtjes) aanvallers zijn de fregatvogels.

=)

Gepost op 03-03-2011 Om 10:56

Door: kiezel
Ook ik vermoedde een verband tussen jouw plaatsing van Beta Cygnus en dit deel; dat kun je toch niet meer als toeval afdoen...

...gisteren’s gisteren...: leuke uitdrukking; wel denk ik dat de s eigenlijk aan gisteren vast geschreven zou moeten worden (zonder apostrof).
Gepost op 03-03-2011 Om 15:14

Ik heb het ècht niet expres gedaan (Beta Cygnus / Kd·328) - maar dat geloven jullie tòch niet… =(

Apostrofje: bedankt, had ik natuurlijk weer zelf moeten zien… =)

Gepost op 03-03-2011 Om 15:28

Door: EsQuizzy

@Rapunzel: Wat dènk je dat ik met die opmerking (1-3-11) bedoelde?



Gepost op 03-03-2011 Om 15:33

Door: Tines
Eerlijke mening? Door al die bijzinnen raak ik de kluts bijna kwijt... En ook al hoort het bij Toenak; ik heb nog steeds moeite met die ingewikkeldheid waarmee hij zich uitdrukt... Ik vind de post niet zo sterk.

Wel heel leuk: nieuwe linkjes met de wereld van Gabriëlle! En we weten hoe groot de waterlingen ongeveer zijn ten opzichte van (voor ons) bekende wezens! Leuk!
Gepost op 06-03-2011 Om 12:02

Dank je voor je openheid, Tines! *bloempje*

De waterlingen zijn ongeveer net zo groot als mensen, al verschillen mensen onderling ook behoorlijk. Maar de verhoudingen zijn voor hen hetzelfde als voor ons. =)

Gepost op 06-03-2011 Om 13:36

Door: Tines
Jep, dat blijkt nu. Leuk!

Openheid: heb lang getwijfeld, toch gepost... *bloempje terug*
Gepost op 06-03-2011 Om 14:55
Onder de post met Kirja en die schelp was dat van die verhoudingen ook al eens ter sprake gekomen, geloof ik. Of onder de foto van de Murex Endiva. Maar dat is al even geleden... =)

Ik vind het juist fijn als je eerlijk je mening geeft — liever dan ongemeende complimentjes. Wil je misschien aangeven waar je precies de draad dreigt kwijt te raken? Dan kan ik daar nog eens kritisch naar kijken. =)

Gepost op 06-03-2011 Om 15:35

Door: Tines
Ehm... De eerste zin een beetje. Maar vooral de zin met `bijgeloof` erin...

Misschien wordt mijn onbegrip ook veroorzaakt door de totale onbekendheid met de naam `fregatvogels`, waardoor ik de eerste paar alinea`s een beetje in het donker tast wat betreft het onderwerp. Natuurlijk hàd ik kunnen googlen, maar ik wilde zo graag de post lezen, dat ik eerst maar een paar keer over die zin heen ben gestuiterd...
Gepost op 06-03-2011 Om 21:42

Aangepast. Beter zo? =)

Gepost op 11-03-2011 Om 08:08

Door: EsQuizzy
Enkele wijzigingen in deze post aangebracht.

Ten eerste voor de leesbaarheid van sommige zinnen in de introductie; ten tweede om de continuïteit in het verhaal te waarborgen, aan het einde van deze post.

Ik had in Lidhia’s verwijzing naar Gabriëlles foefje om in Liliaño terecht te komen een paar details over het hoofd gezien. Oops!

Nog een goudklompje dus, Roos!

Gepost op 11-03-2011 Om 08:06

Dit werk is ingezonden op http://www.blocnoot.nl en blijft te allen tijde eigendom van de feitelijke auteur van het werk (of bloCnoot zolang de auteur niet kan worden teruggevonden). Zonder toestemming van de feitelijke auteur mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen. BloCnoot zal nooit toestemming geven indien de auteur niet teruggevonden kan worden. Mocht er sprake zijn van misbruik van de inhoud van het gepubliceerde werk op welke manier ook zullen er (in samenspraak met de auteur) stappen ondernomen worden.