248818
 
 
 
 
 

     Menu:

> Startscherm
> Schrijvers
> Verhalen
> Open verhalen
> FAQ
> Vintage

Keiharde dromen
264 Clodin
Door: EsQuizzy
Commentaar van de schrijver:
Voor degenen die de puzzel al gemaakt hebben: deze post bevat méér dan alleen tekst van het tablet...
Categorie: Drama / Roman
Geschatte leestijd: ca. 3 minuten

„Grecadec, koning over het Waterrijk Liliaño, in ons zestiende regeringsjaar, aan de toekomstige vinders van deze tekst, wie u ook moge zijn. Wij vertrouwen erop dat de informatie die wij u gaan bekendmaken van groot nut zal zijn bij het ontrafelen van wat wellicht in uw dagen nog een groot raadsel is.
In zijn twaalfde regeringsjaar werd onze betovergrootvader Heclodon door zijn zoon Atefor in een staatsgreep om het leven gebracht, waarna Atefor schandelijk en in oneer de troon besteeg. Diens broer, Zijne Koninklijke Hoogheid kroonprins Nefak, werd tevens omgebracht.
Kroonprins Nefak had een kind, een jongen van slechts twee jaren. Hij was onze grootvader.
Zijne Koninklijke Hoogheid prins Hecor werd in die dagen met gevaar voor eigen leven verborgen door een kamermeisje met de naam Dashniya. Zij gaf hem de naam Clodin en voedde hem op als haar eigen zoon, met medeweten van haar echtgenoot Ertol, haar vader en haar moeder.
Atefor plaatste medestanders van koning Heclodon in hechtenis in een tijdelijk complex aan de rand van de stad. Sommigen liet hij op gruwelijke wijze in het openbaar doodmartelen. Onder het Koninklijk Paleis op de Rots stelde hij de gevangenen aan het werk door hen gangen te laten uithakken met kerkers voor hun eigen meer verzekerde bewaring. Aan de bodem van een verticale schacht werd een gang gehouwen, die in oostelijke richting wegliep en van een ronde ruimte voorzien was, die dienst deed als folterkamer.
Rond het vierde regeringsjaar van Atefor werd de eerste uitbreiding aan de gangen toegevoegd: een in zuidelijke richting weglopende arm aan het uiteinde van de oostelijke gang.
Deze zuidelijke gang kreeg tijdens het zevende regeringsjaar van Atefor een clandestiene schacht naar de paleisgronden als onderdeel van een geslaagde ontsnappingspoging. Deze schacht kwam uit niet ver van de oostelijke muur.
Drie gevangenen, met de namen Ornak, Halin en Gescor, deelden een kerker en hadden met behulp van een naar binnen gesmokkeld, beschadigd stuk gereedschap het hekwerk van hun cel los weten te krijgen.
Atefor was ziedend en liet alle achtergebleven gevangenen in die gang ombrengen. De gevangenen in de oostelijke gang werden daarop ingezet om een gang te graven die vanaf de schacht onder het paleis in zuidelijke richting liep. Het puin dat vrijkwam bij het uithakken van de nieuwe zuidelijke gang werd in de bocht aan het einde van de oostelijke gang gestort. Zo werd de toegang tot de ontsnappingsschacht van binnenuit verhinderd. Dit puin sluit tot op de dag van vandaag de gang aan het eind van de oostelijke gang af.
Over de mond van de schacht werd in de paleistuin een grote steen gelegd. Vanaf die dag begon het koraal die steen te overwoekeren.
Aan het einde van Atefors achtste onrechtmatige jaar op de troon, toen de nieuwe zuidelijke gang gereed was, liet Atefor de resterende gevangenen ombrengen. Hierna vergiftigde hij de bewakers en sloot hij de oostelijke gang volledig af als een stilzwijgende graftombe.
Tijdens dit achtste jaar keerden twee van de drie ontsnapte gevangenen, Ornak en Halin, op een nacht terug naar de schacht in de paleistuin, in een poging de andere gevangenen te bevrijden. Gescor, de derde ontsnapte gevangene, was inmiddels overleden.
Toen Ornak en Halin de schacht geopend hadden, bleek dat er slechts een lege gang in de diepte lag, die vanaf ongeveer vier tarai vanaf de bocht naar de oostelijke gang geblokkeerd was met grote brokstukken. Ornak en Halin beschikten niet over de middelen om deze hindernis te slechten. De volgende dag wilden zij dit regelen, maar een drama was het gevolg: een onbekende verrader verzorgde Halins hernieuwde gevangenneming.
Ornak had niet de moed om terug te keren naar de afgesloten gang, bevreesd als hij was dat Halin onder de druk van marteling zou hebben gesproken. Ornak kwam in deze dagen wèl in contact met het kamermeisje Dashniya, haar man Ertol en Zijne Koninklijke Hoogheid prins Hecor, die op dat moment nog niet van zijn koninklijke identiteit op de hoogte was en luisterde naar de naam Clodin, welke zijn pleegmoeder Dashniya hem gegeven had.
Atefor plaatste een grotere steen over de opening van de schacht van de ontsnapping. Zo sloot hij deze voorgoed af. Vanaf die dag begon het koraal ook deze steen te overwoekeren. Tot op de dag van vandaag ligt deze steen met de schacht verborgen onder een koraalrots in de paleistuin. Onderzoek heeft helaas tot op de huidige dag geen uitsluitsel kunnen geven met betrekking tot de vraag om welke koraalrots het precies gaat.”
Lidhia vroeg zich af waar die glans van een glimlach in Tirashya’s gezicht zo ineens vandaan kwam.

Gepost op 12-07-2010 om 14:29 uur
164 keer gelezen
<< Vorige in deze serie

Alle verhalen in deze serie (Keiharde dromen)
Alle verhalen van deze schrijver (EsQuizzy)

Door:
Gezellig kereltje is dat, die Atefor...

Tirashya... had toch een leuk geheim plekje in de koraaltuin, mét een gang... ofzo...? Nou ja, we zullen het snel genoeg zien (hoop ik).
Gepost op 12-07-2010 Om 16:03

Door: inem
Brrr- die Atefor...

Leuk - dat van Tirashya...
Ben benieuwd waarom ze precies zo glimlacht...
Ik lees snel verder. Loopt nog een post achter - dus.

Maar mooie post. Interessant.

Gepost op 17-07-2010 Om 21:46

Door:
ik heb niks oever een luchteling gelezen ik lees hem nog wel een keer
Gepost op 14-07-2011 Om 18:06

Door:
hmm nog niet gezien kan je me vertellen waar het staat
Gepost op 14-07-2011 Om 18:07

Dit werk is ingezonden op http://www.blocnoot.nl en blijft te allen tijde eigendom van de feitelijke auteur van het werk (of bloCnoot zolang de auteur niet kan worden teruggevonden). Zonder toestemming van de feitelijke auteur mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen. BloCnoot zal nooit toestemming geven indien de auteur niet teruggevonden kan worden. Mocht er sprake zijn van misbruik van de inhoud van het gepubliceerde werk op welke manier ook zullen er (in samenspraak met de auteur) stappen ondernomen worden.