248818
 
 
 
 
 

     Menu:

> Startscherm
> Schrijvers
> Verhalen
> Open verhalen
> FAQ
> Vintage

Keiharde dromen
167 Parelsnoer
Door: EsQuizzy
Commentaar van de schrijver:
Categorie: Drama / Roman
Geschatte leestijd: ca. 5 minuten

Lidhia mocht graag naar het gezicht van de magister kijken, maar vooral wanneer hij voorlas. Ook nu weer bood zijn uitdrukking een boeiend schouwspel terwijl de woorden uit het verleden vanaf de beschreven pagina’s door de ruimte klonken.
„Hedenmorgen meldden zich twee waterlingen aan de paleispoort met een levenloos wezen, dat enige overeenkomsten met onze anatomie vertoont. De beide heren, Clertac en Irrikon, hadden het vrouwelijke wezen betrapt bij de oestervelden alwaar zij hun dagelijkse arbeid zouden gaan verrichten.
‘Het probeerde oesters te stelen,’ aldus Clertac, die aan zijn linkerarm gewond bleek te zijn. Zowel hij, de pachter van het genoemde veld, als zijn medewerker Irrikon gaven ten stelligste te kennen geen kwaad in de zin te hebben gehad toen zij, inhalig naar nieuws, het wezen naderden. Het wezen leek volgens Irrikon ‘in driestrijd te verkeren: vlieden, verwachten of vechten.’
De bodembouwers hadden erop gerekend dat het wezen zou vlieden, al hoopten zij dat het zou verwachten. Op Clertacs voorzichtige nadering begon het echter te vechten: gebruik makend van een kort mes wist het hem te verwonden. Hierop overmeesterden Clertac en Irrikon het wezen en ontnamen haar het wapen. Het wezen ieder bij een pols nemend, trachtten zij het te sommeren hen te vergezellen naar het paleis om aldaar verhoord te worden. Het wezen spartelde hierbij echter ernstig tegen om vervolgens, volledig onverwacht, het leven te laten.”
Lidhia was niet de enige die vol afgrijzen haar hand voor haar mond sloeg, terwijl opnieuw een gemompel door de vergaderzaal trok. Magister Toenak schonk haar een korte, meelevende blik en vervolgde: „Dit leidde tot grote consternatie en emotionele beroering bij Clertac en Irrikon. Na enige aarzeling en discussie werd besloten het stoffelijk overschot alsnog naar het paleis te brengen, alwaar Clertac medische hulp ontving. Het getuigenis van de beide waterlingen is onverwijld opgetekend in het bijzijn van zijne majesteit Dachitroh.
Hofmedicus Cantar heeft het stoffelijk overschot ter plekke aan een onderzoek onderworpen. Zijn bevindingen luidden als volgt: ‘Een pantserloos, waterling-achtig wezen met waarschijnlijk een, tot op zekere diepte, gelijkende inwendige skeletstructuur. Geslacht: vrouwelijk. Huidstructuur vreemdsoortig, zonder isolatielaag en zonder luminescentiepatroon. Aan de toppen der vingers is de huid zowel grof als fijn gerimpeld van textuur. Het wezen is niet voorzien van kieuwen; verder onderzoek naar de werking van haar waterhaling is gewenst. Tevens mist het wezen de primaire beplating. Ter compensatie daarvan was het behangen met een externe, uit schijnbaar plantaardige vezels bestaande structuur die haar naakte romp verhulde.
Verdere opvallende verschillen met de waterlingse anatomie worden gevormd door het uitwendige deel van de beide gehoororganen, die een sterke gelijkenis vertonen met een gehalveerde schelp van de soort osticlachitti — zij het met een sterker geprononceerde ribbelstructuur. De ogen van het wezen zijn opvallend klein, met ook in verhouding een kleine iris en pupil. De neus van het wezen is bodemgericht, niet bio-mechanisch afsluitbaar en mist de voor waterlingen typerende voorhoofdsgaten. Het wezen lijkt niet over ioloy-klieren te beschikken. De voeten van het wezen, die in ruststand haaks op de benen staan, zijn elk voorzien van vijf korte, niet direct met elkaar verbonden stompjes.
„Mijn vermoeden is — gezien de ontbrekende en afwijkende elementen — dat wij hier te maken hebben met een wezen dat niet in het water maar in de oppervlaktelucht thuishoort; met name op droge bodem. In dat geval zou er voor deze soort eerder van ‘luchthaling’ dan van ‘waterhaling’ sprake zijn, wat ook een verklaring zou vormen voor het plotselinge overlijden van dit specimen. Er vallen geen uiterlijk herkenbare of intern voelbare verwondingen op, die de mondelinge verklaring van de heren Clertac en Irrikon lijken tegen te spreken. Om uitsluitsel te kunnen geven met betrekking tot de directe aanleiding tot de dood van dit wezen is verder onderzoek gewenst.’
Tot zover de bevindingen van medicus Cantar. In antwoord op diens laatste overweging heeft zijne majesteit verder onderzoek in deze zaak bevolen.”
De magister stopte, haalde eens diep water en keek langzaam op — een ernstige blik recht in Lidhia’s ogen, waarin zij haar eigen droefheid meende terug te zien.
Er viel een lange stilte: blijkbaar wist niemand iets te zeggen. De magister richtte zich tenslotte tot Lidhia en sprak traag: „Had mijn falend geheugen mij eerder op deze treurige episode uit de kleurvolle historie van ons volk gewezen, dan was het parelsnoer aan resulterende gebeurtenissen wellicht korter geweest — en uw weg gedurende de afgelopen dagen eenvoudiger. Een gerespecteerde dame heeft mij echter eens onderwezen in de wijsheid dat er evenmin waarde ligt in speculaties gericht op een verleden dat niet heeft plaatsgevonden, als in het koesteren van angstbeelden die betrekking hebben op de onbekende toekomst. Zij had het met die woorden bij het rechte eind. Had ik mij deze kennis herinnerd bij uw eerste mededeling inzake luchtlingen, wij zouden thans geen weet hebben van de geheimen die diep beneden ons in stilte uitzien naar het naderende moment van hun ontdekking. Dank u, medica Ishtaran, voor uw hulp bij het lokaliseren van de tekening in het Medisch Archief.”
Opnieuw zweeg Toenak. Lidhia schonk hem een begrijpende glimlach terwijl ze zich afvroeg of het Ishtaran was geweest, die hem die wijsheid gewezen had. Achter haar hoorde ze haar vader met zachte stem vragen: „Wanneer speelden deze gebeurtenissen zich af, magister?”
„Ik kwam, zoals u reeds bekend is, tijdens het derde jaar van koning Dachitrohs regering aan het hof, Sire. Clertac en Irrikon brachten het lichaam van de luchtlinge bij het naderen van de voltooiing van mijn eerste jaar als hofschrijver door de poort.” Zonder in het boek te hoeven kijken citeerde de magister de datum, waarop hij zei: „Dat plaatst deze geschiedenis minder dan zeven dagen voor het uitbreken van de onlusten rond koning Grecadec, waarin het belang van het geboden verdere onderzoek wegzonk. Het stoffelijk overschot is naar mijn meest adequate weten zonder vertraging bijgezet in de koninklijke graftuin, nadat Cantar het met tegenzin had vrijgegeven. Ik betwijfel het echter in sterke mate of enig monument ter herinnering geplaatst is. De herinnering aan Cantars tekeningen kwam met het vinden van de voorgelezen verslaggeving. Slechts één zaak hecht zich als een zeepok op een rotsblok: uit geen enkele kennismijn is zelfs maar de geringste hoeveelheid aanvullende informatie over deze onfortuinlijke luchtlinge te winnen. De meest nabije droge bodem, waar zij haar oorsprong mogelijkerwijs gehad heeft, doorsteekt de zeespiegel buiten de rechtstreekse zwemroute tussen Hestri en Xithar op een afstand tot die lijn welke vergelijkbaar is met die tot Liliaño Stad dezerzijds. Niets bestaat binnen het bereik van mijn parate kennis waaruit blijkt op welke wijze zij zo noodlottig in Liliaño is terechtgekomen.”
„En u hebt de voorgelezen woorden eigenhandig geschreven,” concludeerde Murox hardop, maar gedempt sprekend. De magister knikte en antwoordde: „Ik was, helaas, één van de drie aangeslagen waterlingen die haar lichaam de troonzaal binnendroegen…”
Lidhia voelde een emotie opkomen die ze liever niet uitte, maar de stroom van verdriet liet zich niet tegenhouden. Ze begon onbeheerst te snikken om het meisje dat onbedoeld de dood in was getrokken door twee goedbedoelende waterlingen.
Slechts één vraag hield haar nu bezig…

Gepost op 23-07-2009 om 10:08 uur
295 keer gelezen
<< Vorige in deze serie

Alle verhalen in deze serie (Keiharde dromen)
Alle verhalen van deze schrijver (EsQuizzy)

Door: wies
welke vraag?

je houd me te veel in spanning, schrijf snel verder!!!
Gepost op 23-07-2009 Om 13:22

=)

"...te veel..."

Gepost op 23-07-2009 Om 18:01

Door: kiezel


Ik vind alleen het gebruik van de « » niet zo mooi, zou daar eerder enkele aanhalingstekens voor gebruiken (maar boCnoot heeft met sommige daarvan dan weer problemen natuurlijk).
Gepost op 23-07-2009 Om 15:10

Ik ben daar nog mee aan het stoeien geweest. Er zijn verschillende stijlen hierin, zoals je weet.

boCnoot ;) is soms inderdaad een beetje bokkig, maar dit zou hij wel aankunnen: ik gebruik nooit rechte aanhalingstekens.

Jouw mening? Moet je bij een langer citaat dat meerdere alinea’s bevat, iedere alinea afsluiten en opnieuw beginnen met de dubbele aanhalingstekens?

Of is het duidelijker als ik het voorgelezen stuk italic maak?

Ik heb zelf ook een voorkeur voor de enkele aanhalingstekens voor geneste citaten, bedankt voor je commentaar zover. Ik zal dat aanpassen.

Voor het overige nog graag je reactie, kiezel.

=)

Gepost op 23-07-2009 Om 16:41

Door: kiezel
Beter zo...!

Italic zou ik hier niet gebruiken. Dat is meer gereserveerd voor gedachten etc. en niet voor letterlijke citaten.

M.b.t. het openen en sluiten van de aanhalingstekens: ik zou het zo houden als je het nu hebt. Dus niet sluiten aan het eind van de alinea. Zou ook niet mooi zijn als je juist aan het eind van een alinea stopt met een voorgelezen citaat, want daar zou je dan zowel enkele als dubbele aanhalingstekens kunnen krijgen (ook eventueel aan het begin van een alinea).

Je ziet wel eens dat men in dit soort situaties wel de aanhalingstekens openen gebruikt in de volgende alinea, maar deze niet afsluit aan het eind ervan als het citaat doorgaat. Dan weer een nieuwe aanhalingstekens openen (dus niet meer symmetrisch). Zelf vind ik dat niet mooi.

IMHO is het dus het beste zoals je het nu hebt staan!

Tja, boCnoot, blijkbaar een freudiaanse vertyping...
Maar (voor de eventueel meelezende admin ) ik ben nog steeds heel blij met deze site hoor!
Gepost op 24-07-2009 Om 09:03

Hé, bedankt, kiezel!

Prettig om jouw visie daarop te lezen.Ik denk er net zo over. En ook over boCnoot! =D

Gepost op 24-07-2009 Om 09:54

Door: inem
Ik kan heelmaal niet reageren... en ook niet lezen... want, ben aan het oppassen. Sorry.
Maar, msischien komt het nog.
Gepost op 24-07-2009 Om 19:39

Hoef je geen sorry voor te zeggen, hoor/ =)

Lees maar gewoon wanneer jij er tijd voor hebt!

Gepost op 24-07-2009 Om 20:21

Door: inem
Ik zit nu midden in de huiskamer... iedereen zit te praten... dus, je verhaal lezen, lukt nog steeds niet.
I am sorry.
Ik wil het wel lezen, voordat ik op vakantie ga.
Msischien vanavond, of maandag... Oké?
Gepost op 25-07-2009 Om 18:27

=)

Is goed, hoor.

Gepost op 25-07-2009 Om 18:38

Door: inem
Tja... ik kon het niet laten, het was nu even rustig hier, dus heb ik gelezen.
En, ik vind heel en heel goed!!!
Die arme Lidhia... Ik snap wel dat ze moet huilen, hoor... Alleen, ik weet niet wat die ene vraag is, die ze heeft.
Misschien een vraag over Gabriëlle? Of... Nou, ik weet het niet zo heel gauw.
SPannnend EsQ!
Schrijf maar gauw door...


Nou, ik ga de douch schoonmaken.
Toch nog gelezen, gelukkig maar!

Gepost op 25-07-2009 Om 19:16

Kun je toch nog rustig op vakantie!!! =P

Gepost op 25-07-2009 Om 20:43

Door: Tines
Oh! Arm meisje, arme waterlingen!

Leuk dat we door het onderzoek naar het luchtmeisje ook weer meer te weten komen over de waterlingen

Ik zal later nog eens uitgebreider reageren, denk ik... Ik ben niet helemaal fit!
Gepost op 26-07-2009 Om 12:35

Welkom terug en bedankt alvast voor deze reactie!

=)

Gepost op 26-07-2009 Om 12:38

Door: Auke-Willem (AW)
Yes, antwoorden!

Mooi geschreven en de vermoedens rijzen dat onze waterlingen zich ook op onze planeet bevinden. Ik lees snel verder...
Gepost op 01-08-2009 Om 17:40

Dank je wel! =)

Gepost op 02-08-2009 Om 09:50

Door:
Oke, oke. Ik ga me niet aan die restrictie houden. Komen ze:

Ten eerste. Je hebt het over een vrouwelijk wezen en spreekt vervolgens consequent over het. Behalve in de zin: ...en ontnamen haar het wapen.
Beter is misschien: ...het het wapen. Wel twee keer het, alleen is dit consequent.

Ten tweede.
Je schrijft: Het wezen ieder bij een pols nemend...
Ik snap wat je bedoelt, maar kijk zelf nog eens goed naar die zinsnede en kijk eens of er echt staat wat je bedoelt.
Zo, ik kan ook vaag zijn.

Ten derde. Heb even ge-googled op osticlachitti. Geen hits. Komt dit weer uit dat brein van jou? (Even iets positiefs voor ik verder ga met mijn kritiek.)
Gepost op 14-08-2010 Om 23:02

Ik wist het! =D

Ten eerste: je hebt gelijk m.b.t. het inconsequent gebruik van ‘het’ en ‘haar’ v.w.b. het vrouwelijke wezen. Ik overweeg aanpassing. Overweeg, omdat het een geciteerd rapport betreft en geen auctoriaal gedeelte. =)

Ten tweede: ik snap wat je bedoelt maar er staat ook echt wat ik bedoel. =)

Ten derde: zoals ook met ‘triktill’ en ‘crefalm’ het geval was, was het nodig voor het verhaal om een Waterlingse naam voor een bestaande soort te bedenken. Voor de schelpen waar hier naar verwezen wordt, een familielid van de haliotis iris, die ook bekend staat als paua (NZ) en oorschelp (NL) is dat osticlachitti (mv) geworden.

Hier een afbeelding.



Vandaar dat de term ‘osticlachitti’ alleen op bloCnoot tevoorschijn komt onder Google. Google heeft tot op heden geen Waterlingse database.

=)

Gepost op 15-08-2010 Om 10:29

Dit werk is ingezonden op http://www.blocnoot.nl en blijft te allen tijde eigendom van de feitelijke auteur van het werk (of bloCnoot zolang de auteur niet kan worden teruggevonden). Zonder toestemming van de feitelijke auteur mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen. BloCnoot zal nooit toestemming geven indien de auteur niet teruggevonden kan worden. Mocht er sprake zijn van misbruik van de inhoud van het gepubliceerde werk op welke manier ook zullen er (in samenspraak met de auteur) stappen ondernomen worden.