248818
 
 
 
 
 

     Menu:

> Startscherm
> Schrijvers
> Verhalen
> Open verhalen
> FAQ
> Vintage

Keiharde dromen
118 Speelkameraad
Door: EsQuizzy
Commentaar van de schrijver:
Categorie: Drama / Roman
Geschatte leestijd: ca. 3 minuten

Tirashya, die inmiddels weer wat gekalmeerd was, zwom rustig door de paleisgangen. Ze wilde eerst even bij haar moeder langs, en dan op bezoek bij Trikticlic, die tenslotte óók gewond was geraakt in het incident met de haai. Aangezien ze er geen idee van had waar haar moeder zich zou bevinden, was ze maar begonnen aan een volledige ronde door het paleis. Ergens zou ze haar wel tegenkomen, zo redeneerde ze.
De eerste die ze tegenkwam was kamerheer Hagiysh, die er nogal vrolijk uitzag, voor zijn doen. Ze was gewend aan zijn statige gezichtsuitdrukking, maar hij keek daar nu op zijn minst zeer tevreden bij, vond het prinsesje.
„Goedemiddag, kamerheer,” groette ze hem dus vriendelijk. „Weet u misschien waar ik mijn moeder kan vinden?”
„Zeker, hoogheid,” antwoordde de kamerheer direct en precies even vriendelijk. „U zult haar aantreffen in de grote zitkamer aan de achterzijde van het paleis. Ik kom daar juist vandaan.”
„Waarom bent u niet meegegaan met mijn vader en de anderen?” vroeg Tirashya nieuwsgierig, na een tel geaarzeld te hebben. Ze merkte op hoe Hagiysh verlegen bloosde terwijl hij stamelde: „Ik… heb het niet zo erg op die benauwde gangen begrepen, hoogheid.”
„Nee, dat kan ik wel begrijpen,” gaf Tirashya toe. Ze bedacht dat hij ongetwijfeld nog vervelende herinneringen had aan de laatste keer dat hij daar beneden was geweest, toen Lidhia dat dode meisje gevonden had. Ze knikte hem vriendelijk toe en ging op weg naar de haar aangewezen plek.

Quevera bleek inderdaad in de mooie zitkamer in haar favoriete schommelstoel bij één van de hoge boogramen te zitten, die uitzicht boden op het bodemlandschap dat zich achter het paleis uitstrekte. Op dagen dat het heel helder was, kon je van daaruit een flink eind door het water kijken. Dichterbij lag het grootste gedeelte van het koraalpark rond het paleis te schitteren in het gefilterde zonlicht. Tirashya hield zich stil in de deuropening, omdat ze haar moeder zingend aantrof. Dat vond ze altijd mooi, en de combinatie van het prachtige uitzicht achter de ramen, het licht op het gezicht van haar lieve moeder en de hoge, zuivere stem raakten haar. De onderlip van het prinsesje begon te trillen en voordat Quevera besefte wat er gebeurde had ze haar jongste dochter om haar hals hangen.
„Meisje toch,” zei ze troostend, „wat is het dan toch met jou?”
„N-naar… gedro-hóómd!” snikte Tirashya. Zonder dat het prinsesje het zag, fronste de koningin haar wenkbrauwen even. Zou dit net zoiets gaan worden als die toestand rond Lidhia? Ze hoopte vurig van niet: als dit nu maar een ‘gewone’ nare droom was…
„Wat heb je dan gedroomd, meisje van me?” vroeg ze rustig, terwijl ze het kopje streelde dat stevig in haar hals gedrukt werd.
Tirashya antwoordde niet, maar kalmeerde wel enigszins. Met nog een lichte trilling in haar stem zei ze uiteindelijk: „Niets, mamma.”
De koningin glimlachte. Zou ze vroeger niet net zo geantwoord hebben op een dergelijke vraag? Ze nam het hoofdje van het meisje zacht tussen haar handen en hield haar gezichtje vlak voor haar eigen gezicht, waarop nu een vriendelijke, maar ernstige uitdrukking lag.
„Zul je het me vertellen wanneer je daar klaar voor bent, lieve Tirashya? Je moet niet met zoiets blijven rondlopen, hoor…”
Tirashya knikte een stille belofte, wat een grappig gezicht was met haar blozende wangen zo tussen Quevera’s handen. Met een tevreden „mooi zo,” liet de koningin haar dochtertje glimlachend los. Die zei zacht: „Ik ga op bezoek bij Trikticlic.”
„Doe dat maar.”
Nadat Tirashya uit de kleurrijke kamer was verdwenen, keerde Quevera zich weer naar het uitzicht. In haar zorgen om haar twee jongste dochters wilde haar stem ineens niet meer zingen. Ze zuchtte, verlangend naar de terugkomst van de mijnexpeditie van haar man, en bad in stilte dat hij en hun kinderen — en de anderen natuurlijk ook — veilig mochten terugkeren.

Trikticlic maakte het overduidelijk dat hij het geweldig vond dat het prinsesje bij hem op bezoek kwam. Zijn linkeroog was nog een beetje rood van Lidhia’s ioloy, en zijn rechterflipper was nog verbonden omdat de haai zijn tanden erin had weten te zetten, maar de dolfijn maakte daar geen probleem van en was direct te vinden voor een rondje door de paleistuinen. De vrolijke grijze speelkameraad van de prinsesjes maakte haar vaak aan het lachen en zo passeerde de tijd lekker snel. Eigenlijk verwachtte ze ieder moment door kamerheer Hagiysh gewaarschuwd te zullen worden dat het tijd was voor het diner. Of misschien wilde haar moeder ook wel wachten met eten tot de anderen terug waren… Hoe dan ook, ze genoot van haar tijd met Trikticlic. Dat was haar al heel wat waard.

Gepost op 01-03-2009 om 13:38 uur
332 keer gelezen
<< Vorige in deze serie

Alle verhalen in deze serie (Keiharde dromen)
Alle verhalen van deze schrijver (EsQuizzy)

Door: Tines
Gelukkig vond Tirashya haar moeder voor een beetje troost. Maar waarom was Hagyish zo vrolijk? Omdat hij Kirja een uitbrander had gegeven? Omdat ze terug is? Hmm...
Gepost op 01-03-2009 Om 18:17

Hmmm...

=D

Gepost op 03-03-2009 Om 16:18

Door: wies
ik blijf erbij dat ik dit geen amateurschrijven meer vind;)
als ik een uitgever was zou ik je zeggen dat je heel erg snel moest doorschrijven, en dan zou ik het uitgeven;)

maarja ik ben geen uitgever

zoals je al gemerkt heb: HEEL mooi verhaal

wies
Gepost op 02-03-2009 Om 13:26
Tja, zolang het niet mijn beroep is, ben ik amateur schrijver, wies. =)

Maar zeer bedankt voor het compliment!

*bloempje*



Gepost op 02-03-2009 Om 15:53

Door:
Weer een mooi stukje, EsQuirrel. Ben je van plan een keertje uit te gaan geven? Volgens mij(als leek )heb jij daar wel de kwaliteiten voor!!!
Gepost op 03-03-2009 Om 08:19

Bedankt voor de complimenten!

Antwoord op je vraag: misschien...

=)

Gepost op 03-03-2009 Om 09:16

Door: Linda
Volgens mij was die kamerheer zo vrolijk omdat hij Kirja had kunnen onderscheppen voordat ze bij de koning kon komen.

Het blijft een mooi verhaal trouwens EsQuirrel
Gepost op 04-03-2009 Om 12:20

Dank je, Linda! *bloempje*

Gepost op 04-03-2009 Om 15:04

Door: kiezel
Als ik mij even mag aansluiten bij de voorgaande reacties...
Dit verhaal is - zonder dollen - zeker ’uitgevenswaardig’, EsQuirrel!
Jouw schrijverskwaliteiten komen er enorm goed in uit!
Mag ik alvast voorintekenen...?
Gepost op 12-03-2009 Om 16:23

Mag. Maar ik beloof niets. Ik heb er geen idee van of er een uitgever zou zijn die dit zou willen uitgeven. Daarbij loop ik tegen een enorme drempel aan wat betreft ‘lopen leuren’ met mijn verhaal/verhalen. Vraag maar aan AW, die kan dat be-amen. =)

Gepost op 12-03-2009 Om 22:11

Door: Auke-Willem (AW)
Ja, inderdaad. Ik doe mijn uiterste best om vriend EsQuirrel hier bij te helpen, maar die drempel moet eerst worden afgebroken. Het onding is helaas loeizwaar en onzichtbaar en daardoor moeilijk te localiseren en onmogelijk te verlagen.
Gepost op 14-07-2009 Om 17:21

Ik weet dat je me daarbij wilt helpen, AW. En ik heb echt het verlangen om dit uit te geven, ik heb alleen een paar... tegenslagen/-vallers gehad die mij heel... voorzichtig maken daarin. Zoals ook wel eens in andere dingen.

Misschien bang voor afwijzing.

=)

Gepost op 14-07-2009 Om 19:31

Door:
leuk !!!!
Gepost op 12-07-2011 Om 17:03

Dit werk is ingezonden op http://www.blocnoot.nl en blijft te allen tijde eigendom van de feitelijke auteur van het werk (of bloCnoot zolang de auteur niet kan worden teruggevonden). Zonder toestemming van de feitelijke auteur mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen. BloCnoot zal nooit toestemming geven indien de auteur niet teruggevonden kan worden. Mocht er sprake zijn van misbruik van de inhoud van het gepubliceerde werk op welke manier ook zullen er (in samenspraak met de auteur) stappen ondernomen worden.