248818
 
 
 
 
 

     Menu:

> Startscherm
> Schrijvers
> Verhalen
> Open verhalen
> FAQ
> Vintage

Keiharde dromen
110 Queeste
Door: EsQuizzy
Commentaar van de schrijver:
Categorie: Drama / Roman
Geschatte leestijd: ca. 4 minuten

Stil keken ze naar de berg puin en stenen, die in een helling naar het plafond toe van hen weg liep. De generaal zwom zo ver hij kon door, om te kijken of er nog ruimte was onder het plafond, maar hij draaide zich hoofdschuddend om en zei: „Een instorting. Wie weet hoe ver dit doorloopt — en wie weet hoe instabiel het plafond hier is. Het lijkt mij raadzaam dit gedeelte van de gang te verlaten, majesteit.”
„Die laag bezinksel lijkt erop te duiden dat deze instorting lang geleden heeft plaatsgevonden,” zei Ishtaran, terwijl ze met een hand het grauwe goedje beroerde, dat inderdaad voor het eerst in lange tijd verstoord leek te worden. Lidhia keek geboeid naar de onvoorspelbare vormen die het wolkje aannam terwijl het materiaal langzaam weer tot rust kwam. De magister leek opnieuw in gedachten verzonken. Ze vroeg zich af of hij met de doodlopende gang vóór hen bezig was, of met haar vraag. Maar niets in zijn gezichtsuitdrukking gaf het onderwerp van zijn gedachten prijs.
„We gaan terug,” besloot Silvaeo. „Hier is op dit moment niets te vinden. Ik ben benieuwd naar de noordwestelijke gang.” Hij zette zich in beweging, direct gevolgd door de generaal, de kroonprins en de medica. Ook nu weer liet Lidhia zich vrij ver naar achteren in de colonne schuiven. Magister Toenak kwam opnieuw naast haar zwemmen. Zijn gezichtsuitdrukking was nog niet veranderd. Ze durfde hem niet in zijn overdenking te storen, maar al gauw nam hij het woord: „Doodlopende einden.”
Lidhia keek hem verbaasd aan bij deze voor de magister zo ongebruikelijk korte uitspraak, en vroeg: „Pardon?”
De magister keek haar van opzij aan en herhaalde: „Doodlopende einden. Dit is niet de eerste maal dat de koers van mijn dagen het toestaat dat ik een doodlopend eind ontmoet en om die reden in mijn slagen terug moet keren. Het zal mijn ziel ten zeerste verbazen wanneer zou blijken dat ditmaal de laatste maal mag wezen.”
Lidhia had moeite om de teleurstelling uit haar blik te weren: ze had gehoopt dat de magister op haar vraag zou reageren, maar blijkbaar was de oude man ontmoedigd door het beeld van de blokkade van de gang. Ze besloot ernaar te vragen, maar voelde wel dat ze toch minder oprecht klonk dan ze wel wilde.
Een bijna onmerkbaar glimlachje was het gevolg, waarop de magister zei: „Het zijn niet weinige wijzen in welke de delen van mijn ziel reeds te verwerken hebben gekregen dat een uitgezette koers zich in een reeds ver gevorderd stadium van uitvoering onhaalbaar betoonde. Zoals de medica zo-even een reeds lange tijd onaangeroerde laag troebel bezinksel in beroering bracht, zo bracht uw heldere observatie reeds lang te rusten gelaten herinneringen met een frustrerend karakter in mijn gedachten omhoog. De toepasselijk beeldende situatie waarin wij ons op dat moment in deze mijngang bevonden, droeg slechts bij aan de versterking van de gevoelens die uw woorden bij mij opriepen.”
Opgelucht door de duidelijke erkenning van haar observatie maar onzeker bij de vreemde bui die haar woorden bij de magister teweeg bleken te brengen, vroeg Lidhia: „Wat voor herinneringen zijn dat dan waar mijn vraag u aan deed denken?”
„Lieve prinses, uw diepgravende verstand is niet het eerste dat zich met de kwestie van de samenvatting van ons geloof bezighoudt. Uw observatie overvalt mij niet, al moet ik toegeven dat u een interessant tijdstip hebt uitgekozen voor het te berde brengen van het probleem. De eerlijkheid staat mij niet toe te ontkennen dat ik heb uitgezien naar deze dag; dit uur waarop u deze waarneming ter overweging bij mij zou aanbieden.”
„Is het niet mógelijk om ons geloof in één zin samen te vatten?” vroeg Lidhia, die een bevestigend antwoord op die vraag vreesde. Toenak had niet veel tijd nodig om zijn antwoord te formuleren: „Tot op de dag van vandaag heeft mijn verstand geen mogelijkheid gevonden om de doodlopende einden die ik binnen de Geschriften aantrof op een bevredigend sluitende wijze met elkaar in verbinding te stellen. Mijn leven lang heb ik getracht uit te vinden welk inzicht, welke sleutel ik miste om in staat gesteld te worden de deur tot een vollediger begrip van Zijn bedoelingen te openen.”
„Doodlopende einden,” mijmerde Lidhia. Ze dacht nu wel ongeveer te begrijpen wat de magister daarmee bedoeld had. Het stemde haar verdrietig, te weten dat iemand met zo’n veel grotere kennis van de Geschriften dan zij had, blijkbaar óók tegen het probleem aanliep, dat haar beklemde. Zij had de samenvattingsregel gebruikt als een opstapje naar het onderwerp waar ze het eigenlijk over wilde hebben. Maar daar was ze nog niet gearriveerd, en op dit moment griezelde ze al bij het besef dat de magister blijkbaar veel méér dan één los eindje aan hun eigen geloof had gevonden… „Magister,” hernam ze het woord. „Er staat toch geschreven dat wie zoekt, ook zal vinden?”
„Ook ik heb mij die woorden vaak in gedachten gebracht, teneinde een bemoediging te vormen voor mijzelf,” antwoordde de magister, die met een zucht voor zich uit staarde. „Het doel van mijn zoektocht heeft zich echter van een minstens even vasthoudende zijde laten kennen als ikzelf.”
„Het doel van uw zoektocht,” herhaalde Lidhia. „De samenvatting?”
Magister Toenak knikte en zei: „Dat en meer — véél meer — mag daaronder verstaan worden, hoogheid. ‘Samenvatting’ zowel als ‘antwoord’ zowel als ‘oplossing’ zijn termen, die het doel van mijn queeste juist omschrijven. Samenvatting van mijn geloof, antwoord op mijn vragen en oplossing van het probleem. ‘Vervulling’ en ‘doorkruising’ vormen twee andere mogelijke perspectieven: vervulling van de belofte en doorkruising van de rotswand, die naar beide zijden oneindig en onoverkomelijk is gebleken, ondanks de vele beloften.”
„Een rotswand?” vroeg Lidhia.
„De onoverstekelijke bergrug waarover geschreven is dat de Almachtige Zèlf er een tunnel doorheen zal aanleggen,” antwoordde Toenak in voor zijn doen eenvoudige bewoordingen.
„Wat stáát er ook alweer precies?” probeerde Lidhia, die zich wel herinnerde dat de magister het daar enkele malen over gehad had, al had ze de woorden niet letterlijk onthouden.
„‘De arm van de Almachtige is niet te kort om te redden,’” citeerde de magister zonder te aarzelen. „‘Hij Zelf zal redding brengen en de keten doorkruisen, die de waterlingen van Hem scheidt.’”
„Doorkruisen,” fluisterde Lidhia nadenkend, en ze werd plotseling warm en koud tegelijk. Onwillekeurig slaakte ze een zachte kreet, die echter voldoende bleek te zijn om de hele groep in de donkere tunnel te doen stilhouden. Terwijl ze blozend zocht naar woorden onder de plotselinge, onbedoelde aandacht, vroeg de magister bezorgd: „Prinses, is alles wèl met u?”

Gepost op 28-01-2009 om 22:17 uur
209 keer gelezen
<< Vorige in deze serie

Alle verhalen in deze serie (Keiharde dromen)
Alle verhalen van deze schrijver (EsQuizzy)

Door: Tines
Oeh, wat heeft ze ontdekt?
Zou de oplossing van de doodlopende einden ook de oplossing zijn van Lidhia s vraag?
Gepost op 29-01-2009 Om 00:26

Wellicht. Misschien is het wel dezelfde vraag…

Misschien.

Gepost op 03-02-2009 Om 08:41

Door: Linda
Wat een prachtig stuk EsQuirrel. Ik word er een beetje stil van.
Gepost op 30-01-2009 Om 08:26

Dank je voor deze lieve reactie!

=)

Gepost op 03-02-2009 Om 08:44

Door: kiezel
Hele mooie post. En ik kan het niet nalaten om je nogmaals te complimenteren met het taalgebruik van Toenak in deze en de vorige posts! Fabuleus!

inbeweging: er ontbreekt een spatie.
samenvattings-regel: streepje mag weg (aanelkaarschrijven).
Gepost op 11-03-2009 Om 16:33

Door: EsQuizzy
inbeweging: waar zie je dat dan staan zonder spatie ertussen???

samenvattingsregel: bedankt!

Compliment: zeer vriendelijk dank, kiezel. Blij dat je er zo van geniet. =)

Gepost op 11-03-2009 Om 22:29

Door: kiezel
Hm, ik zie het ook niet meer staan, ik denk dat ik zelf een foutje heb gemaakt bij het knippenenplakken van jouw tekst. Dat doe ik zodat ik makkelijker offline kan lezen en eventuele citaten in mijn commentaar kan opnemen.
Gepost op 12-03-2009 Om 15:49

Door: Auke-Willem (AW)
Ja, inderdaad een mooi stuk. Ik denk dat ik weet wat het prinsesje beseft. Gauw verder lezen om te zien of het klopt.
Gepost op 14-07-2009 Om 16:56

Dit werk is ingezonden op http://www.blocnoot.nl en blijft te allen tijde eigendom van de feitelijke auteur van het werk (of bloCnoot zolang de auteur niet kan worden teruggevonden). Zonder toestemming van de feitelijke auteur mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen. BloCnoot zal nooit toestemming geven indien de auteur niet teruggevonden kan worden. Mocht er sprake zijn van misbruik van de inhoud van het gepubliceerde werk op welke manier ook zullen er (in samenspraak met de auteur) stappen ondernomen worden.