248818
 
 
 
 
 

     Menu:

> Startscherm
> Schrijvers
> Verhalen
> Open verhalen
> FAQ
> Vintage

Keiharde dromen
45. Luminescentie
Door: EsQuizzy
Commentaar van de schrijver:
Categorie: Drama / Roman
Geschatte leestijd: ca. 4 minuten

„Houd je maar vast aan mijn schouders,” stelde de koning voor, terwijl hij zijn dochter inhaalde.
„Dank u wel,” zei Lidhia, die een dergelijke nabijheid van haar vaders sterke rug als zeer prettig beschouwde in deze duistere put, die slechts op zeer korte afstand werd verlicht door hun eigen helder blauw met dieprood gekleurde luminescentiepatronen. Voor hen uit, beneden hen, zwom de kamerheer in een lampion van dergelijk licht, al was zijn schijnsel meer oranje van tint dan dat van de koning en zijn dochter. Afgezien van Hagiysh werd alles wat zij konden zien niet eerder dan een meter of twee voor hen uit zichtbaar — en dan nòg moesten ze geducht uitkijken voor uitsteeksels aan de grillige wanden.
„Tot hoe ver gaat deze schacht?” vroeg Lidhia nieuwsgierig, die niet gewend was aan dergelijke diepten en de wateropname door haar lichaam als zeer onplezierig ervoer.
„De schacht zelf is zo’n dertig meter lang,” antwoordde haar vader direct.
„Dertig meter!?” reageerde Lidhia verbaasd. „Zo diep als nu ben ik dan nog nóóit geweest!”
„Dat klopt,” was het antwoord. „Maar bid nu maar voor de magister, dat hij gevonden zal worden, en liever niet door ons hier beneden.”
„Waarom niet?” vroeg Lidhia.
„Omdat ik degene die de magister durft te ontvoeren en hem hier ergens waagt te verbergen, persoonlijk zal berechten,” antwoordde Silvaeo grimmig. „En geloof me, ik zal niet mild zijn.”
„Ontvóéren!?” fronste Lidhia.
„Dacht je serieus dat de magister uit zichzelf in deze schacht zou afdalen?” vroeg haar vader haar. „Als hij hier beneden is, heeft iemand hem ontvoerd.”
Lidhia verwerkte dit even. Het was logisch, natuurlijk. En ja, ook zij hoopte nu dat ze haar grote vriend niet zouden aantreffen, daar beneden. Maar aan de andere kant, zo dacht ze, zouden ze in dat geval tijd aan het verspillen zijn door naar beneden te gaan! Toch moesten ze het proberen. Als hij hier beneden was, zouden ze bóven tijd verspillen.
Hagiysh bereikte het einde van de gang: hij bezwom een grotere ruimte. Vlak achter hem volgden de koning en de prinses.
„Majesteit, u weet ongetwijfeld hoe deze kerkers zijn ingedeeld,” hoorden ze Hagiysh twijfelen, die om zich heen probeerde te kijken maar in zijn blikveld beperkt werd door de inferieure verlichting.
„Er zijn twee gangen,” antwoordde de koning. „Eén ervan leidt in zuidelijke richting, de ander loopt naar het oosten.”
De mannen zwommen bij elkaar vandaan; Lidhia bleef gehoorzaam in het kielzog van haar vader.
„Hier is een muur,” zei koning Silvaeo. „Dat betekent dat één van de gangen recht achter ons begint.”
„Het begint daarop te lijken, majesteit,” hoorden ze Hagiysh zeggen. Ze draaiden zich om. Inderdaad was de kamerheer al een eindje bij hen vandaan.
„Doe het kalm aan, waarde kamerheer,” maande de koning hem. „Er zijn kerkers aan uw beide zijden.” Hagiysh draaide zich om en zwom een eindje terug om bij het begin te beginnen.
„Is het een idee, majesteit, om gezamenlijk beide gangen te onderzoeken?”
„Ik zou het geen slecht idee vinden, Hagiysh,” kreeg de man als antwoord. Lidhia glimlachte: de kamerheer was zichtbaar opgelucht dat hij niet alleen werd gelaten in zo’n gang! En ze kon het zich goed voorstellen…
De koning en de prinses namen de linkerzijde van de gang voor hun rekening. Hagiysh inspecteerde de kerkers aan de rechterzijde.
„Pappa?”
„Ja, Lidhia?”
„Hoe lang is het geleden dat er ècht mensen werden opgesloten in deze kerkers?”
„Dat was tijdens het bewind van koning Atefor, meisje.”
„O,” reageerde Lidhia bij de ontdekking dat dat meer dan honderd jaar in het verleden was geweest. Ze bescheen een ruw betraliede kerker. De schaduwen die zij wierp tekenden zich scherp maar tegelijk ook vaag af tegen de weerkaatsing van haar luminescentie. Een kale ruimte, niet meer dan dat.
„Zijn deze kerkers altijd zo geweest?” vroeg het meisje, dat diep onder de indruk was van het naargeestige karakter van deze duistere, ondergrondse gang.
„Nee,” antwoordde haar vader, die intussen verder zwom en haar daarmee dwong dat ook te doen. „Ik heb begrepen dat er vroeger een eenvoudige slaapbank in iedere kerker heeft gestaan. Toen de kerkers al lang in onbruik geraakt waren, zijn ze ontruimd en grondig schoongemaakt. Dat was tijdens het bewind van je overgrootvader Dachitroh. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je hier iets zult zien dat nog uit de tijd daarvóór afkomstig is.”
„Ik ben niet bang, vader!” protesteerde Lidhia. „Het is alleen zo… naargeestig hier beneden. Vindt u het water hier ook zo… muf?”
„Ja,” antwoordde Silvaeo, die het hartgrondig met zijn dochter eens was. „Daar heb je gelijk in. Het zal wel komen door een tekort aan watercirculatie.”
In de op die woorden volgende stilte kwamen oude verhalen en legenden bij hem in gedachten op. Hij herinnerde zich zijn jongensdroom om de geheimen van dit gangenstelsel te ontrafelen… Dat was een droom, waar hij al in geen jaren meer aan gedacht had…
Een plotselinge snijdende gil van Lidhia haalde hem ruw uit zijn overpeinzing. Het meisje klampte zich trillend aan hem vast en verborg haar gezicht tegen zijn schouder. Hagiysh kwam haastig van de overkant van de gang aangezwommen, maar viel zonder omhaal flauw toen hij ontdekte wat Lidhia zo had doen schrikken. Terwijl Silvaeo zijn dochter stevig vasthield, staarde hij vol ongeloof en afschuw tussen begroeide tralies door.

Gepost op 22-04-2008 om 19:52 uur
533 keer gelezen
<< Vorige in deze serie

Alle verhalen in deze serie (Keiharde dromen)
Alle verhalen van deze schrijver (EsQuizzy)

Door: Tines
Oh nee, dat kan nooit goed zijn!!! Verder, verder, verder! Ik kan op zich wel raden wíe er achter de tralies zit, maar hoe is hij eraan toe en wat is er gebeurd?
Gepost op 22-04-2008 Om 23:10

Door: Linda
Ik ben heel benieuwd wie er zit. Ik hoop niet dat het is wie ik denk dat het is, want gezien de gil van Lidhia kan het niet veel goed betekenen.
Gepost op 23-04-2008 Om 09:36

Door: Auke-Willem (AW)
Erg spannend geschreven.

Puntje: Je gebruikt twee keer vrij snel achter elkaar 'hier beneden'.
Gepost op 02-05-2008 Om 13:02
Waar? ;)
Gepost op 08-05-2008 Om 17:41

Door: Tines
Eén na laatste alinea en twee na laatste alinea, het was mij ook al opgevallen...
Gepost op 08-05-2008 Om 17:44
Hihi, ik had al een dubbele 'hier beneden' aangepast, naar aanleiding van AW's opmerking. Daarom vroeg ik: 'Waar?'

Maar er was er nòg een, dus! ;)

Ik laat déze twee zo staan. Het is in gesproken tekst, ik vind het niet storend zo.
Gepost op 08-05-2008 Om 18:31

Door: EsQuizzy
'k Heb het tòch aangepast.



Gepost op 09-05-2008 Om 13:00

Door: EsQuizzy
Leuk is dat. Als je verder onderzoek doet, kom je tot leuke conclusies. Eén daarvan is, dat de term ‘fluorescentie’ in dit verband niet correct is. Dit zal ik dus door heel Kd moeten gaan aanpassen. Dit zie ik als een projectje op zichzelf, ik weet nog niet precies wanneer ik dit ga doen.

Het blijkt dat ‘fluorescentie’ een vorm van lichtgeven is, die lichtstraling van buiten nodig heeft om te kunnen bestaan.

De vorm die ik in Kd neerzet, is officieel ‘(bio-)luminescentie’, waarvan de onderwatermensen een bepaalde variant hebben meegekregen.

Dat wordt een avondje Kd aanpassen…



Gepost op 06-12-2008 Om 20:40

Door: Levanda
Pff, ik heb toch echt een beetje uitleg nodig over hoe die zeemensen er uitzien, hoor. Mijn fantasie houd na de kieuwen een beetje op. Hebben ze naast gevliesde voeten ook vingers met vliezen er tussen (onpraktisch)? hebben ze schubben of hebben ze een "normale" huid? En dragen ze kleding?
Gepost op 20-01-2009 Om 15:12

Grappig dat je die info "nodig" denkt te hebben. Waarvoor dan? Ik kan nu antwoorden: "Lees maar verder, een paar antwoorden zul je verderop vanzelf krijgen." Toen ik dit schreef had ik heel duidelijke redenen om juist het uiterlijk van de watermensen in het midden te laten. De informatie die ik wèl geef is voldoende om een vaag beeld te kunnen vormen. Het is ook een beetje mijn bedoeling om het een beetje vaag te houden. Maar om heel duidelijk één van je vragen te beantwoorden: ik stel mij hun handen voor als normale mensenhanden. Ze hebben een huid, maar dan meer zoals een paling dan zoals jij en ik. Speciaal voor onder water, dus. Dat zijn al twee antwoorden. =)
Het antwoord op je laatste vraag blijkt uit het verhaal. Daar ga ik verder niet op in, als je het niet erg vindt. Heb ik óók zo mijn redenen voor. Sommige dingen hoeven niet specifiek genoemd te worden, denk ik. *smile*
Maar er komen nog een paar stukken, die het beeld verder aanvullen. Ga ik dus niet verklappen. =)
Gepost op 20-01-2009 Om 15:30

Door: Levanda
Veel beter zo, dat wel.
Gepost op 21-01-2009 Om 20:46

Door:
Ik lees gauw verder.
Gepost op 11-08-2010 Om 11:11

Door: EsQuizzy
Een kleine aanpassing in de tijdsbepaling was nodig in deze post. Doorgevoerd voor de continuïteit.

=)

Gepost op 11-08-2010 Om 11:26

Door:
het lijken mij meer op zeemeerminnen
weet niet zeker hoor zo,n voorgevoel heb ik
Gepost op 16-06-2011 Om 19:34

Door: EsQuizzy

Wat hebben zeemeerminnen *niet*, Janine?



Gepost op 16-06-2011 Om 19:59

Door: EsQuizzy

Deze post even verbeterd: er stond een (veel) verderop ontstaan continuïteitsfoutje in…

Gepost op 20-10-2011 Om 20:08

Dit werk is ingezonden op http://www.blocnoot.nl en blijft te allen tijde eigendom van de feitelijke auteur van het werk (of bloCnoot zolang de auteur niet kan worden teruggevonden). Zonder toestemming van de feitelijke auteur mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen. BloCnoot zal nooit toestemming geven indien de auteur niet teruggevonden kan worden. Mocht er sprake zijn van misbruik van de inhoud van het gepubliceerde werk op welke manier ook zullen er (in samenspraak met de auteur) stappen ondernomen worden.