248816
 
 
 
 
 

     Menu:

> Startscherm
> Schrijvers
> Verhalen
> Open verhalen
> FAQ
> Vintage

Keiharde dromen s2
401 Partituur
Door: EsQuizzy
Commentaar van de schrijver:
Categorie: Drama / Roman
Geschatte leestijd: ca. 7 minuten

In tegenstelling tot de op lettertekens gebaseerde moderne taal was het Klassiek Waterlings volgens heer Ashtroc een ‘fonetisch weergegeven, temporaal gerelateerde partituur met vaste elementen’, zo begon de statige maar vriendelijke heer met de lichtblauwe lumi-aura zijn onbegrijpelijke uitleg even later.
Oh hèlp, dacht Gabriëlle met een ingewikkelde uitdrukking op Lidhia’s gezichtje. Nòg zo één! Dat ga je niet ménen! Op haar vraag om die omschrijving iets begrijpelijker te verwoorden legde de geleerde waterling uit, dat het Klassiek Waterlings eigenlijk een tekening was van de klanken die men moest maken om de zin uit te spreken.
Aha, dacht ze. Zèg dat dan gewoon… Ze verbaasde zich over haar korzeligheid: van Toenak kon ze de meest ingewikkelde constructies verdragen, maar dit was haar éventjes teveel van het goede… Waarschijnlijk kwam het door haar frustraties rond de besturing van Lidhia’s lichaampje, zo redeneerde ze.
„De unieke klanken die bij een woord hoorden, werden in de juiste volgorde grafisch vastgelegd in bepaalde tekens en lijnen, zodat ieder woord en ieder leesteken een eigen, unieke vorm kreeg,” onderwees Ashtroc de geïnteresseerde groep waterlingen, met als hoofdleerling prinses Lidhia, id est Gabriëlle. „Neem, om mee te beginnen, de verschillende klanken. Wilt u allen zo vriendelijk zijn om mij een ‘cloc’ te laten horen?” Meteen klonk er een salvo van lage ‘cloc’-geluiden: de waterlingen minus Lidhia stootten hun grote pantserplaten tegen elkaar aan. Bij de vervagende echo’s wees Ashtroc één voor één op zijn schets van de lichtende zin aan: „De ‘cloc’ wordt in het Klassiek Waterlings weergegeven met de open stippen in de onderste rij.”



Prinses Eliyna vroeg nu: „Dan staat de bovenste rij open stippen zeker voor het ‘clac’-geluid van de kleine pantserplaten?”
„Helemaal correct, Hoogheid!” knikte Ashtroc, waarna hij zijn linkerwijsvinger langs de betreffende rij liet gaan, zodat de dicht op elkaar zwemmende waterlingen het goed konden zien.



„Nog drie geluiden uit het Klassiek Waterlingse schrift komen in ‘onze’ zin voor,” kondigde Ashtroc aan. „De eerste daarvan is de ‘tic’ — het lichtste geluid uit deze taal, dat wij met één paar stembanden produceren. In de zin die ons studievoorbeeld is, zien wij daar twee exemplaren van, namelijk hier en… hier.”



„Hè?” reageerde Tirashya verbaasd. „Dáár staat er toch nòg zo één?”
Gabriëlle fronste, haar gedachten bij iets wat heer Ashtroc zojuist gezegd had.
„Waar bedoelt u, Hoogheid?” vroeg de taalkundige inmiddels met de vooruitziende glimlach van een ervaren leraar aan Tirashya. Het was duidelijk dat hij deze vraag verwacht had en verwelkomde.
„Nou, daar!” wees het meisje. „Met dat bóógje erbij!”



„Dàt,” antwoordde Ashtroc, „is het enige teken in deze zin, waarvan ik niet zeker weet hoe de klank is. Het boogje maakt het verschil. Waarschijnlijk is het een combinatie tussen een ‘tic’ en een werkelijke klank. Maar dit is dus géén ‘tic’, maar ‘het infinitiefteken’. En dat wil zeggen dat alle werkwoorden die erop vòlgen, als infinitieven bedoeld zijn tòt er een teken staat, dat de tijdsvorm van de dáár weer op volgende werkwoorden verandert. In het Klassiek Waterlings is er maar één vorm van alle werkwoorden. Een speciaal leesteken, zoals dit hier, geeft de tijdsvorm weer.”
„Dàt is handig!” vond Eliyna. „Geen vervoegingen!!! Waarom hebben we deze methode eigenlijk ooit afgeschaft?”
Iedereen lachte om die opmerking, terwijl heer Ashtroc zijn schouders ophaalde en grijnzend antwoordde: „Ik heb werkelijk geen idee, Hoogheid. Wellicht is dat een besluit dat genomen is in een tijd dat men vond dat het nuttig was om aan taalontwikkeling te doen.”
„Of in een tijd waarin men het verleden probeerde te vergeten,” opperde de koning.
„Ook dàt is inderdaad een mogelijkheid, Sire,” overwoog Ashtroc dat perspectief. De amberkleurig met rood lichtende Yanaeka keek eens om zich heen en zei zacht: „Het zou prachtig zijn als we ook déze kwestie konden oplossen aan de hand van wat deze ontdekkingen hier allemaal aan kennis onder water gaan brengen…”
„Zéker, waarde Yanaeka,” knikte Ashtroc, die de draad van zijn onvoorbereide gastcollege weer oppakte en verderging met: „Goed. Dàt dus naar aanleiding van het infinitiefteken, waarvan wij nog zullen moeten vaststellen wat de precieze klank is. Voor nú richt ik mij even op de weergave van het Klassiek, met uw aller welnemen.”
Instemmend gemompel volgde.
„Welnu,” ging Ashtroc verder. „Het volgende teken is dat van de zogenoemde ‘clic’. Deze klank wordt weergegeven met twee ‘tics’ vlak boven elkaar.”



„Het vanzelfsprekende verschil tussen de ‘tic’ en de ‘clic’ is, zoals u allen weet, dat voor de ‘clic’ beide stembandparen worden gebruikt.”
Direct volgde een aantal spontane ‘clic’-geluiden met de bijbehorende echo’s.
Het duizelde Gabriëlle, al kwam dat niet door de lichte geluidjes, die qua klank inderdaad wezenlijk verschilden van de ‘tic’ — ook zij hoorde het verschil, al was dat misschien niet méér dan een gevolg van de oren die ze op dit moment in bruikleen had…
De ontdekking naar aanleiding van wat heer Ashtroc vertelde, dat de waterlingen blijkbaar niet één maar twéé sets stembanden hadden, was genoeg voor Gabriëlle om een heleboel vreemde klanken uit het hedendaags Waterlings beter te kunnen plaatsen. Maar ze bedacht nèt op tijd dat ze zich moest inhouden om haar verrassing bij die voor háár begrippen nieuwe kennis niet te uiten, wilde ze de rol van prinses Lidhia enigszins overtuigend blijven neerzetten…
„Nu dan,” vervolgde Ashtroc. „Lijnen en curven in het Klassiek Waterlings zijn altijd weergaven van klanken, die de relatieve toonhoogte ten opzichte van de tijd weergeven. Twee lijnen boven elkaar geplaatst duiden klanken aan, die met beide stembandparen worden gemaakt. Het is als een verticale lijn, die van rechts naar links over de tekst schuift en aangeeft, welke klank of klanken er behoren te klinken.”
„Hè?” wist Gabriëlle een verbaasde reactie niet te beteugelen. „Maar dan zou je voor dat infinitiefteken toch drie paar stembanden nodig hebben, of niet soms?”
„Daar lijkt het wèl op, Hoogheid,” antwoordde Ashtroc bevestigend. „Maar wij moeten het met slechts twéé paar doen, zoals u weet.”
„H’m,” bromde Gabriëlle, die de notie van ‘slechts twee paar stembanden’ even in overweging nam. „Vreemd,” flapte ze eruit.
„Inderdaad, Hoogheid,” knikte Ashtroc, al was Gabriëlle de enige die doorhad dat ze nú langs elkaar heen praatten. „Maar laat ons kijken naar de leestekens, waarvan we in elke zin varianten terugzien. De aanhef van onze zin in het Klassiek Waterlings is om mee te beginnen een interessant gegeven. Het teken dat u hier ziet,” — hij wees het meest rechtse teken aan, dat bestond uit een ‘cloc’ onderaan de regel en een bijna volledig verticale lijn naar boven, waar hij bij een ‘clac’ eindigde — „staat bekend als ‘het exclamatieteken’. Het duidt aan dat de zin een uitroepend of een gebiedend karakter heeft — of beide.”



„Deze ‘clic’ híér, direct onder en dus simultaan met de ‘clac’ van het exclamatieteken,” zei Ashtroc, „is de ‘enkelvoudsclic’. In deze zin komt overigens géén meervoud voor.”



Ashtroc volgde met zijn vinger een vreemde curve, die direct onder de enkelvoudsclic begon, omhoog krulde en weer naar beneden boog.



Nadenkend zei hij: „Hier zien wij de kromme die aangeeft, dat het erop volgende gedeelte van de zin in de tegenwoordige tijd staat. Maar in dit geval is dat slechts één woord, dat direct gevolgd wordt door het onderste deel van de ‘tegenwoordige tijds’-kromme, dat de verleden tijd aanduidt en dus de benaming van ‘verleden tijds’-kromme draagt.”



„Dan volgt één van de meest interessante leestekens uit de klassieke taal. Dit boogje hier, ‘het koppelingsteken’, verbindt een bijvoeglijk naamwoord aan een zelfstandig naamwoord, òf een bijwoord aan een werkwoord.”



„Dus wanneer u dit ziet staan, dan is het duidelijk dat in elk geval één van de woorden ervoor òf erna een werkwoord, een zelfstandig naamwoord, een bijvoeglijk naamwoord òf een bijwoord is,” grapte Ashtroc met een olijke twinkeling in zijn ogen.
Omdat de meesten van de waterlingen — en Gabriëlle — dat grapje wel konden waarderen en erom lachten, greep Tirashya de kans om te roepen terwijl ze wees: „Daar staat er nòg één, tòch?”
„Mis, Hoogheid,” reageerde Ashtroc soepeltjes. Dat is de eerste helft van ‘het verbindingsteken’, dat wij zouden vertalen met ‘en’.”



„Het léék nèt zo,” vond Tirashya, die zich niet uit het veld liet slaan en opnieuw wees: „Díé dan?”



„Dàt is inderdaad een koppelingsteken, Hoogheid!” prees Ashtroc haar. Ze glunderde warm, waar Gabriëlle van genoot, in de hoop dat Lidhia het óók zo zou ervaren.
„Wat de leestekens betreft, komen we daarmee aan het einde van de zin,” kondigde de taalkundige aan. „Er is nog één leesteken dat deze zin met alle andere zinnen in deze specifieke taal gemeen heeft: ‘het afsluitingsteken’, dat uit twee ‘clocs’ en een enkele ‘clic’ bestaat.”



„Natuurlijk zijn er meer leestekens in de Klassieke taal aan te wijzen, maar die komen in deze toepassing niet voor,” zei hij, met iets van spijt in zijn stem. Gabriëlle wilde laten merken dat ze haar best deed en vroeg: „De ‘toekomstige tijds’-kromme, is dat dan de bóvenste helft van de ‘tegenwoordige tijds’-kromme?”
Met een brede glimlach knikte Ashtroc, onmiskenbaar in zijn schik met zijn twee jongste studenten.
„Dat hebt u goed gezien, prinses Lidhia,” constateerde hij. „Maar laat ons nu gaan kijken naar wat ik van de wezenlijke inhoud van de zin begrijp. Want dàt komt aan op de woordenschat van de lezer. En de mijne is tot mijn grote spijt nog niet uitgebreid genoeg om alle woorden in deze zin te vertalen.”
Gabriëlle keek nog eens naar de handgeschreven versie van de zin, die haar nu vanaf het yithri groenig aankeek. Ze kon het niet helpen dat de dingen die heer Ashtroc hen zojuist geleerd had haar aan de muzieknotatie deed denken, die ze op de basisschool bij blokfluitles had moeten leren.
Achter zich hoorde ze Toenak, Ishtaran en Murox iets met elkaar fluisteren…

Gepost op 13-12-2011 om 21:54 uur
136 keer gelezen
<< Vorige in deze serie

Alle verhalen in deze serie (Keiharde dromen)
Alle verhalen van deze schrijver (EsQuizzy)

Door: Rapunzel
Hey Quizzy,

Lees de post morgen. Ben nu een klein beetje heel erg moe... we hadden vanavond toch bandrepetitie en ik ben maar gezellig gebleven, maar iets te lang, denk ik nu... Ach ja..., wie z`n billen brand...
`k Ga nu maar lekker in m`n bedje liggen, ff bijtanken.

Maar de post lijkt me (zo op het eerste gezicht) SUPER interessant!!! Alleen kan ik nu m`n aandacht/verstand er niet zo goed meer bijhouden... sorry
Gepost op 13-12-2011 Om 21:59

Doe maar fijn rustigaan, hoor.



Gepost op 13-12-2011 Om 22:12

Door:
Interessante post!

Haha vooral al die namen van de klanken van de uitspraak.

Ben benieuwd wat Toenak te melden had met Murox en Ishataran
Gepost op 13-12-2011 Om 22:11

Eigenlijk is er, wat betreft dat fluisteren, maar één logische mogelijkheid…

=)

Gepost op 14-12-2011 Om 08:04

Door: Rapunzel
Quizzy!!

Hier zit echt wat denkwerk èn tijd in!!

Top! Mooie post, super gedaan Kan ik m`n taalhartje weer aan ophalen!

Enne brand... moet natuurlijk brandt zijn, in mijn reactie gisteravond
Gepost op 14-12-2011 Om 09:27

Dank je!

...Zie net, dat ik het plaatje vergeten was bij Ashtrocs uitleg van de ‘clic’. Eventjes toegevoegd... =)

Ja, dit soort projectjes vind ik leuk. Als ik met de ontwikkeling ervan dóór zou gaan, zou dit ècht een serieuze geschreven taal kunnen worden (niet uitspreekbaar voor ons, helaas)…

Woordontwikkeling is dan het belangrijkste. Maar in de volgende post gaat Ashtroc waarschijnlijk verder met de woorden die hij wèl weet... =)

Bedankt voor je enthousiasme, Rapunzel!
En voor de kerstkaart, trouwens. =D

Gepost op 14-12-2011 Om 12:23

Door: Rapunzel
Nee, dat uitspreken zal ons wel nooit gaan lukken… wij hebben "slechts" twee vliesjes in het strottenhoofd, en produceren geluid door gebruik van lucht dat de stembanden in trilling zet. Onze verschillende klanken ontstaan door gebruik van stembanden (klinkers), tong (medeklinkers), lippen (medeklinkers) met onze borstkas als klankkast. Twee of zelfs drie stembandparen gaat hem denk ik niet worden, ademen onder water trouwens ook niet

H`m zet me trouwens wel weer aan het denken... Eliyna kende toch dolfijns? En dolfijnen hebben geen stembanden... bijzonder, bijzonder, maar wel héél interessant

Tsja, en laat *ik* nou net benieuwd zijn naar de woorden die hij nòg niet weet

And you`re very welcome
Gepost op 14-12-2011 Om 17:20

@Eliyna & Dolfijns: ik kan vrij redelijk enkele muziekinstrumenten imiteren. Dat wil niet zeggen dat ik orgelpijpen, een riet en snaren heb. =)

@nog niet: ...dus ik kan behandeling van de woorden die Ashtroc wèl weet overslaan? *grinnik*

Gepost op 14-12-2011 Om 20:24

Door: Rapunzel
@Eliyna & Dolfijns:

@nog niet:


Gepost op 14-12-2011 Om 21:01

Door: lady vi
Erg gaaf dit! Super knap ook!
Ik zou er veel meer in willen duiken, maar wat ik nu vooral zie is dit: leestekens, tekens die uitleggen hoe de zin qua plaats en tijd geïnterpreteerd moet worden, toch? Hoe zit het precies met klanken en begrip daarvan? Of is dat puur het clic en clac geluid, vormen die samen klanken die betekenis hebben en die wij luchtlingen dus niet kunnen interpreteren?
Gepost op 08-04-2012 Om 20:41

Bedankt voor de complimenten! =)

De woorden en betekenissen in het KW werken net zoals bij ons, met dat verschil dat in déze taal vier medeklinkers bestaan (tic, clic, clac en cloc) en een vrijwel oneindig repertoir aan klinkers valt samen te stellen met de twee stembandparen van de waterlingen.
De klinkers worden feitelijk één- of meerstemmig gezongen, en gecombineerd met de medeklinkers levert dit ‘woorden’ op, die een ‘betekenis’ gegeven wordt.
De woorden in onze eigen taal zijn óók weergaven van gecombineerde klanken, die een betekenis toegewezen hebben gekregen.

Het moderne Waterlings kent veel van dezelfde klanken als het Klassiek, al wordt het met letters geschreven, dus minder als een partituur met (relatieve) toonhoogtes.

Duidelijker zo?

=)

Gepost op 08-04-2012 Om 21:17

Door: EsQuizzy

Trouwens, Kd·403 gaat dieper op de woorden in.



Gepost op 08-04-2012 Om 21:20

Dit werk is ingezonden op http://www.blocnoot.nl en blijft te allen tijde eigendom van de feitelijke auteur van het werk (of bloCnoot zolang de auteur niet kan worden teruggevonden). Zonder toestemming van de feitelijke auteur mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen. BloCnoot zal nooit toestemming geven indien de auteur niet teruggevonden kan worden. Mocht er sprake zijn van misbruik van de inhoud van het gepubliceerde werk op welke manier ook zullen er (in samenspraak met de auteur) stappen ondernomen worden.