248818
 
 
 
 
 

     Menu:

> Startscherm
> Schrijvers
> Verhalen
> Open verhalen
> FAQ
> Vintage

Keiharde dromen
199 Zelfrespect
Door: EsQuizzy
Commentaar van de schrijver:
Op de tweede verjaardag van Kd post ik Kd·199.
Gemiddeld bijna honderd posts per jaar, dus. =)
Categorie: Drama / Roman
Geschatte leestijd: ca. 5 minuten

„Magister, hebt u alles?” vroeg Silvaeo even later aan Toenak, die altijd en overal zijn schrijfgerei bij zich had en dat ook in deze situatie nuttig wist te maken. De bejaarde waterling had al snel de conclusie getrokken dat hij niet met enige zekerheid kon zeggen wat er stond, al herkende hij de taal van de lichtende zin als een zeer vroege vorm van het waterlingse schrift.
„Zowel het yithri als mijn geheugen herinneren zich inmiddels de volledige tekst zoals die is weergegeven, Sire,” antwoordde de magister, terwijl die zijn schrijfpen naast zijn aantekeningenboekje in een leren kokertje schoof. „De gewenste ontcijfering van de te verwachten boodschap zal in de paleisbibliotheek plaats dienen te vinden.”
„Dit is niet per ongeluk de geheime opslagplaats van koning Dachitroh, wel?” vroeg Rehinor, waarop de magister zijn hoofd schudde en antwoordde: „Die mogelijkheid is welhaast zeker uitgesloten, Hoogheid. Tenzij mijn geheugen mij wat dat aangaande volledig verlaten heeft was er in die tijd — zo min als in de huidige — enige kennis die tot de ontwikkeling van een dergelijke constructie als deze zou hebben kunnen leiden.” Hij keek even peinzend naar de ring, waar Lidhia nog in het stoeltje zat en speelde met haar stem en het lichteffect. Maar ze luisterde wel degelijk naar het gesprek, dat zag hij wel aan de manier waarop zij hem even gauw aankeek. „Nee,” vervolgde hij. „Déze onbegrijpelijke functionaliteit zal ons naar mijn bescheiden verwachting meer leren over onze vroege voorouders, dan over de in verhouding zeer recente geschiedenis van koning Dachitroh.”
„Goed,” vond Silvaeo. „Dan rest ons slechts een meer uitvoerig onderzoek van deze hal, nu wij aan het raadsel van de ring op dit moment verder niet veel kunnen doen. Medica? Heer Murox?” De wetenschappers voegden zich bij hem en de magister, waarop Silvaeo zei: „Luister. Ik stel het volgende voor.”

Ruim een half uur later verschenen de waterlingen één voor één uit de put in de stille mijngang die op hen lag te wachten.
„Het valt me wel een beetje tegen. Zo op het eerste gezicht niets bijzonders te vinden langs de rijen megalieten, de wanden en het plafond,” concludeerde Rehinor.
„Zo op het eerste gezicht niet, nee,” beaamde Ishtaran. „Maar wij hebben nog maar een klein gedeelte van het oppervlak van de vloer, de wanden en het plafond onderzocht.”
„Dat is zo, medica,” gaf Rehinor toe.
„Mijn herinnering aan mijn val die mij vanuit deze gang in de kuil deed belanden vanwaar wij zoëven uit opstegen, begint daarentegen langzaam maar zeker terug te keren, Majesteit,” gaf Toenak aan. „Ik zwom tegen een verticaal gespannen vezelachtige draad aan, die mijn oude ogen niet bemerkt hadden vanwege het feit dat ik gedurende een moment opzij keek om heer Murox aan te kunnen kijken, met wie ik in gesprek was. Het daaropvolgende ogenblik werd ruw verstoord door de eruptie die zich direct beneden mij bevond en mij meesleurde in deze depressie.” Generaal Korfos zwom naar het plafond van de mijngang en strekte zijn hand ergens naar uit.
„Zou dit de vezel kunnen zijn waarvan u sprak, magister Toenak?” vroeg hij, wijzend op een ruw gedraaide streng zwart materiaal die aan een stenen steunbalk hing. De magister voegde zich bij hem en zei: „In overweging nemend dat dit de exacte locatie is, zo in een bijna rechte lijn boven het centrum van de krater, durf ik wel te beweren dat dit de snaar is die ik zo gevoelig raakte.”
„Dus het was tòch een opzettelijk ontworpen val!” riep Rehinor.
„Die conclusie mogen we niet uitsluiten, Hoogheid,” gaf Korfos toe. Silvaeo gaf Rehinor een hoofdknik maar voegde er met een vage glimlach aan toe: „Denk je er wel aan, mijn zoon, dat dit niet meteen àl je veronderstellingen staaft?”
Rehinor staarde zijn vader even nadenkend aan en knikte kort, waarop hij vroeg: „Gaan we nog dieper de mijngang in? Het feit dat hier een valstrik was gezet, lijkt mij te duiden op de mogelijkheid dat er iets verborgen gehouden wordt in de verdere gang.”
„Ik ben mij van die mogelijkheid bewust, Rehinor, maar ik denk toch dat het verstandiger is om ons nu eerst te richten op het openen van de cilinder.”
„Waarom dan, Pappa?” vroeg Lidhia, die haar blik ook nieuwsgierig op de nog onbekende gang gericht had.
„Die mijngang blijft hier wel tot de magister, de medica en heer Murox de bevriende wetenschappers van buitenaf verzameld hebben voor grondiger vervolgonderzoek. Wij kunnen ons op dit moment niet overal tegelijk bevinden. Ik wil nu eerst die cilinder zien te openen. Daarvoor zullen wij waarschijnlijk alle mankracht moeten inzetten, die wij hier tot onze beschikking hebben,” zei Silvaeo, en hij begon aan de terugweg.
„Dit staat haaks op onze missie,” mopperde Rehinor. Ishtaran keek hem even verwijtend aan en zwom toen gauw achter de koning aan, terwijl de rest van de groep hen volgde. Zodra ze naast Silvaeo zwom, zei die: „Het was mijn bedoeling om Toenak zo snel mogelijk uit die put te krijgen en dan direct de terugtocht te aanvaarden. De grot beneden ons moet zo snel mogelijk onderworpen worden aan een uitgebreid onderzoek. Ik vraag mij af of de paarse vreemdeling van die grot op de hoogte is — leeft hij hier beneden het paleis voor de piraterij of voor een dieper doel? Of zijn wij ècht de eersten die daar beneden zijn geweest? Er zijn zo ontzettend veel vragen! Op dit moment vraag ik mij ook af of mijn enthousiasme in het direct en in eigen persoon willen onderzoeken van de grote grot niet misplaatst was — en een koning onwaardig.”
„Ik begrijp het,” antwoordde de medica zacht, waarop de koning er verder het zwijgen toe deed. Inmiddels bereikten ze de mijnschacht, die ze zonder verdere plichtplegingen binnenzwommen, de koning voorop. Silvaeo ging verder: „Hoe zeer het avontuurlijke van dit onderzoek mij ook trekt, het is te groot voor ons alléén. Wij kunnen verkenningswerk verrichten, maar de veiligheid van mijn onderdanen gaat voor alles.” Hij stopte en keek om. Ishtaran hield ook haar snelheid in om naar beneden te kijken, waar de generaal in zijn groene gloed zwom en de anderen tegenhield. Silvaeo zei luid en duidelijk: „Generaal?”
„Sire?” reageerde Korfos direct.
„Tot nu toe hebben we alleen wachtposten bij de schachtopening in de paleiskelder geposteerd wanneer wij hier beneden waren. Vanaf nu wil ik dat de schacht continu bewaakt wordt. Er komt niemand meer in of uit.”
„Begrepen, Sire,” knikte de generaal. Silvaeo knikte terug en hervatte de bestijging.
Ishtaran had haar eigen stukje om mee te worstelen teruggevonden. De opmerking van koning Silvaeo over veiligheid was daar debet aan. Ze huiverde: zij beschikte over informatie die wellicht van belang zou kunnen zijn in deze zaak, maar die ze tot nu toe voor zich had gehouden. Prinses Lidhia had haar eerdere zwijgzaamheid opgemerkt, waarop ze beter haar best had gedaan die te verbergen. Maar nu kwam het ongemak van haar kennis in alle hevigheid benedenzinken… Boven haar uit zwom de sterke koning die ze al zo lang kende en diende. Hij had haar openlijk een stuk onzekerheid laten zien, waardoor haar respect voor hem nog eens zo groot werd. Maar Ishtarans zelfrespect kreeg daarmee een knauw: als hen inderdaad de pas afgesneden was, zoals prins Rehinor en heer Murox verteld hadden… wat voor zin had het dan om koning Silvaeo nu nog verder te belasten met haar kennis? En wat zou de reactie van de koning zijn? Ze had het hem toch al kunnen vertellen sinds magister Toenak haar in het medisch centrum bezocht had, op zoek naar die verslagen van oud-medicus Cantar?

Gepost op 28-11-2009 om 12:20 uur
294 keer gelezen
<< Vorige in deze serie

Alle verhalen in deze serie (Keiharde dromen)
Alle verhalen van deze schrijver (EsQuizzy)

Door: inem
AH... Kom op Lidhia...!

Gefelici met de 2e verjaardag van Kd!

Verder!
Gepost op 28-11-2009 Om 15:05

=? Kom op Lidhia??? =?

Gepost op 28-11-2009 Om 15:31

Door: inem
Daar bedoel ik mee... dat ze hun toch maar moet belasten met haar kennis... Vind ik...
Gepost op 28-11-2009 Om 15:45
Aha. Dat heb ik dus niet duidelijk genoeg omschreven.

Ishtaran worstelt hier met een stukje, niet Lidhia.

Gepost op 28-11-2009 Om 16:44

Door: hope
99,5 als je precies wilt zijn

Gefeliciteerd
Dat is wel een feestje waard.
Ik hoop dat er nog heel wat posten volgen... Heb je nog genoeg inspiratie?
Gepost op 28-11-2009 Om 22:33

Dank je wel, hope! En ja, ik heb nog genoeg te schrijven voordat dit verhaal afgelopen is...

=)

Gepost op 30-11-2009 Om 19:00

Door: Tines
Hihi.. Bovendrijven/ benedenzinken... Leuk

Hm, ik ben ook wel nieuwsgierig naar de rest van de gang, maar het is ook verstandig om even te kijken of boven alles wel veilig is! Maar is die cilinder nu wel weer open dan? En hoe willen ze die anders open krijgen?

Ik hoop dat medica Ishtaran toch aan de koning vertelt wat er op haar hart ligt, want zo te zien zit ze er wel mee! Ben benieuwd wat het is!
Gepost op 29-11-2009 Om 14:23

Tja, niemand weet of de cilinder alweer open is of niet. Dat gaan ze nu bekijken, denk ik...

=)

Gepost op 30-11-2009 Om 19:02

Door: inem
Oww... Of ik heb verkeerd gelezen, kan ook nog...toch?

Gepost op 30-11-2009 Om 18:04

Ja, kan. Maar dan heb ik het toch nog steeds niet duidelijk genoeg omschreven. =)

Het is al angepast, inmiddels. Ik heb Ishtarans naam nog eens genoemd in dat laatste stukje.

=)

Gepost op 30-11-2009 Om 18:58

Door: inem
Hm.. soms wil ik heel snel naar het eind toe lezen, omdat ik zo nieuwsgierig ben... en dan, vergis je je nogal eens.

Maar, fijn dat je het aangepast heb. K zie het.

Gepost op 30-11-2009 Om 19:00

Door: aritha
Echt sprookjesachtig
Ik weet het niet zeker maar volgens mij ligt de mijngang niet op hun maar op hen te wachten?

Het verhaal heeft echt een heel speciale sfeer. Welke personage is de hoofpersoon?

...hoe nu verder?
Gepost op 30-11-2009 Om 19:44

Dank je, Aritha! =)

Tja... Hun en hen... ik kan er nooit wijs uit. Op een gegeven moment heb ik me aangewend om altijd "hen" te doen behalve bij de bezittelijke vorm en Atilla. Maar laatst heb ik me weer aangewend om altijd waar het een meewerkend voorwerp betreft "hun" te doen... Dus wanneer er een voorzetsel bij staat. Eigenlijk gewoon omdat ik het niet altijd precies weet. Ik vind zelf "hen" vaak gewoon mooier, al vraag ik me af hoe zet eigenlijk precies zit. En op mijn favoriete taalsite (taaladvies.net) vind ik het moeilijk uitgelegd. En daar zegt men zelfs dat het niet altijd duidelijk is... =(

=)

Nou ja, ik zal er nog even naar kijken hier. Vaak vind ik "hen" eigenlijk mooier. Welk ezelsbruggetje gebruik jij hiervoor (if any)?

Over de hoofdpersonen: officieel zijn dat Gabriëlle en Lidhia. In de praktijk verschuift het wel eens wat omdat sommige bijrollen groter werden dan ik ze eigenlijk had ingeschat. =)

Gepost op 30-11-2009 Om 21:41

Door: EsQuizzy
>>

Om bepaalde redenen wissel ik ook weleens van perspectief. Het verhaal draait niet alleen om het perspectief van de hoofdpersonen... En als ik altijd het perspectief van de hoofdpersonen alleen zou weergeven, zouden bepaalde dingen al duidelijk worden die ik nog verborgen wil houden voor de lezer - en andersom.

By the way, ik vind het "sprookjesachtig" echt een compliment. Zelf vond ik deze post een beetje aan de saaie kant: ze gaan van de ene grot in de andere, en er gebeurt eigenlijk weinig interessants... Maar dan doet zo’n compliment erg prettig aan!

Gepost op 30-11-2009 Om 21:51

Door: aritha
Als hen/hun voorafgegaan wordt door een voorzetsel, is het hen.



Gepost op 01-12-2009 Om 14:56

Door: aritha
Maarre...het ligt natuurlijk veel ingewikkelder. Als er geen voorzetsel voor staat en je er wel, aan of voor, voor kunt denken dan schrijf je hun.

Stat er geen voorzetsel dan beantwoord je de volgende vraag: gaat het om een constructie van het plus werkwoord dat een gevoel of gebeuren uitdrukt plus hen/hun? In dat geval schrijf je hun.
vb het verbaasde hun dat het gelukt was.

Als hen/hun lijdendvoorwerp is, schrijf je hen. Doe dus de lijdendvoorwerptest.

Jouw zin is gewoon een moeilijk geval.
Gepost op 01-12-2009 Om 15:02

Dit werk is ingezonden op http://www.blocnoot.nl en blijft te allen tijde eigendom van de feitelijke auteur van het werk (of bloCnoot zolang de auteur niet kan worden teruggevonden). Zonder toestemming van de feitelijke auteur mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen. BloCnoot zal nooit toestemming geven indien de auteur niet teruggevonden kan worden. Mocht er sprake zijn van misbruik van de inhoud van het gepubliceerde werk op welke manier ook zullen er (in samenspraak met de auteur) stappen ondernomen worden.