248819
 
 
 
 
 

     Menu:

> Startscherm
> Schrijvers
> Verhalen
> Open verhalen
> FAQ
> Vintage

Niets...
...duurt hier lang
Door: EsQuizzy
Commentaar van de schrijver:
Dit werkje schreef ik eens om een bevriend echtpaar te bemoedigen.
Categorie: Fantasy
Geschatte leestijd: ca. 8 minuten

„Lieve kinderen, de tijd om te leren is weer voorbij. Jullie weten vast allemaal ook een heleboel andere dingen te doen,” klonk de volle, vrolijke mannenstem door het ruime klaslokaal nadat met een kort dankgebed was afgesloten. Wat constructie betreft was het schooltje een vrij eenvoudig gebouw: vier pilaren op de hoeken hielden het dak overeind, en de lage muren rondom waren eigenlijk alleen bedoeld ter afbakening van de ruimte. Aan alle vier de zijden was het lokaal verder open met een weids uitzicht op het prachtige landschap rondom het gebouw, dat in een vrolijk licht gedompeld was — warm zacht oranje, zoals de zon aan het eind van een warme zomermiddag herinneringen oproept aan fijne momenten in je jeugd, en toch ook fris en helder als een koele witte nevel waarin het ochtendlicht glinstert.
De achtenveertig kinderen hadden geen moeite de kwinkslag te begrijpen: juichend stonden ze op, schoven hun glanzende stoeltjes netjes aan en verdwenen met een vriendelijk knikje naar hun leraar door de enige opening in de ommuring, achterin het lokaal. Hun lachen en opgewonden geroep bleef nog een tijdje hoorbaar terwijl het spelende, bokjesspringende achtenveertigtal zich verwijderde. Glimlachend rekte de leraar zich eens goed uit: hij hield van zijn taak hier. De vier groepsassistenten, elk verantwoordelijk voor twaalf van de kinderen, kwamen naar hem toe vanuit de hoeken waar hun bureaus stonden. Het waren twee mannen en twee vrouwen, ieder met stralende gezichten.
„Bereiden jullie het lokaal vast voor op de volgende lestijd?” vroeg de leraar. „Ik heb, geloof ik, nog een andere taak.” De anderen knikten instemmend, waarop de leraar rustig naar buiten liep, het volle – maar niet voller dan ‘binnen’ – licht in. Daar verderop, onder een enorme conifeer met wijde, lage takken waarin dauwdruppels glinsterden, zat een figuurtje dat duidelijk op hem wachtte maar toch te verlegen was om naar hem toe te komen toen de les voorbij was. Het guitige kopje met het zachtgloeiende, donkerblonde haar keek schuchter naar hem op toen hij dichterbij kwam.
„Meneer Guido?” kwam het zachte stemmetje. Meneer Guido ging naast hem zitten op het felgroene mos, noemde het kind bij zijn naam en antwoordde: „Wat is er?”
Stilte. Blijkbaar moest het jochie even nadenken over hoe hij zijn vraag ging verwoorden nu hij de eerste stap had gezet.
„Hoe lang ben ik hier al?”
Guido glimlachte: „Bijna vier jaar, volgens de telling van de donkere wereld.”
„Oh…,” kwam de respons, terwijl de pientere blauwe oogjes nu op het gouden schoolgebouwtje gericht bleven.
Er viel nog een korte stilte, waarin toch de fijne muziek bleef doorklinken die hier overal voelbaar was. Zonder de klanken ervan te verstoren klonk het kinderstemmetje weer: „En hoe lang bent u hier al?”
„In jaren? Bijna honderd en vierenzestig.”
Vol ontzag klonk het stemmetje weer, „Dát is lang!”
Een grote arm werd om de smalle schoudertjes geslagen. „Niets duurt hier lang, lieverd. Maar alles duurt hier eeuwig. Voor mijn gevoel is het alsof ik hier nog maar heel kort ben.”
„En ik heel lang,” antwoordde het kleintje.
Guido glimlachte. Hij begreep heel goed waar dit gesprek op uit zou draaien. Hij had het al vele malen eerder gevoerd, in even zovele varianten. Hij gaf zijn jonge leerling een voorzetje om hem bij de moeilijke stappen te helpen: „Hoe vind je het hier?”
„Mooi en zó fijn!” antwoordde het zonder er bij na te hoeven denken. Maar toch was het duidelijk te zien dat het recht uit het kleine hartje kwam. „Vooral als Jezus op bezoek komt!” werd er met stelligheid aan toegevoegd.
„Vind je het hier altijd zo fijn?” vroeg Guido.
„Ja–aaah…” klonk het nu, het tweede gedeelte van dat antwoord met meer aarzeling dan het eerste. Guido keek op zijn beschermelingetje neer, dat de blik nu op een helderblauw kevertje gericht had dat tussen zijn beentjes in met het mos op de grond stoeide. De schoudertjes gingen licht schokkend omhoog en zakten weer terug in hun vorige positie. „Maar… ik vraag me vaak af…” Guido keek even op naar de witte gedaante die naast het schoolgebouw op hen stond te wachten: de strijder die aan dit kind was toegewezen. „Meneer Guido?” klonk het kinderstemmetje weer.
„Ja, kleintje?”
„Waar komt u vandaan?”
Vol wijsheid volgde de leraar de loop van het gesprek. „Uit de donkere wereld. Alle mensen die je hier tegenkomt komen daar vandaan.”
„Oh… Ik ook?”
„Ja. Jij ook. Ik was erbij toen je binnengebracht werd.”
„O…,” verwerkte de dreumes dat even. „En Jezus?”
„Hij komt ook uit de donkere wereld, al was Hij hier al vóórdat Hij daarheen ging en is Zijn verhaal vele malen mooier dan dat van wie ook die je hier kunt ontmoeten,” antwoordde Guido, die de hoge intelligentie en welbespraaktheid van het kind als volkomen normaal leek te beschouwen. De volgende vraag kwam alweer naar boven: „En hoe bent u hier gekomen?”
Guido’s permanente glimlach werd zo mogelijk nog iets breder. „Door de Poort, zoals iedereen hier.”
„Vertel daar eens wat van,” drong de kleuter aan.
„Ik werd opgehaald terwijl ik nog voor mijn klas stond om les te geven aan een kleine groep kinderen in een achterbuurt van een grote stad. Daar kun jij je niets bij voorstellen. Maar het was geweldig: het tijdelijke lichaam dat in die wereld thuishoorde hield plotseling op te werken. Ik herinner me vaag dat ik me bewust was van de paniek die om me heen uitbrak terwijl ik alleen maar oog had voor de vurige paarden die een wagen van vuur trokken, zoals je ze al vaak gezien hebt. In die wereld twijfelen mensen zelfs aan het bestáán ervan! Ha ha! Maar de bestuurder van de wagen keek me aan en gebaarde dat ik in mocht stappen. Daar had ik mijn hele leven al naar verlangd! Het was een geweldige rit naar de Poort toe, waar we toen doorheen kwamen rijden. De eerste Persoon die ik bij onze binnenkomst zag, was mijn vrouw, Lydia, die nog maar een paar jaar eerder hierheen was gehaald. Ik zal je binnenkort aan haar voorstellen als je dat wilt.”
„Graag!” riep het jongetje, dat gretig zat te genieten van de enthousiaste gebaren en stem van zijn leraar. „En toen?”
„Toen…,” ging Guido verder, terwijl zijn stem zachter werd. „Toen zag ik Jezus Zélf. Stralend en lachend, duidelijk opgewonden dat Hij mij zo’n heerlijk ritje met één van Zijn eigen strijdwagens had bezorgd! Hij weet telkens weer met verrassingen te komen die onze verwachtingen vér te boven gaan!”
Guido staarde glimlachend voor zich uit. Hij wist waaróm hij was aangesteld in deze taak. Hij wist waaróm hij — juist hij — deze jonge kinderen mocht dienen. De herinneringen maakten hem dromerig terwijl hij de beelden van zijn eerste binnenkomst in de èchte wereld voor de ontelbaarste keer aan zich voorbij liet trekken. De kinderlijk eenvoudige, voorspelbare en toch aandoenlijke vraag bracht hem terug naar zijn gesprek met zijn jongste pupil: „En toen?”
Een plotselinge traan trok een fijn, glanzend spoor over Guido’s wang. Met grote aandacht bracht de kleuter zijn handje er naartoe en veegde hem weg. Het jonge zieltje voelde haarscherp aan dat het een vreugdetraan was, waarin slechts een vaag spoor van verdriet te zien was: het was een traan die voortkwam uit eens ontvangen troost. Uit eens ontvangen blijdschap.
Nu schokten Guido’s schouders terwijl hij diep inademde. „Na onze begroeting leidden Jezus en Lydia mij naar drie prachtige kinderen, die mij verwachtingsvol maar toch verlegen stonden te bekijken. Het waren twee jonge tieners: allebei prachtige meisjes, en een even zo schitterend jongetje van ongeveer jouw leeftijd. Eerst begreep ik het niet.”
De stilte die op die laatste woorden volgde, lokte de beoogde vraag uit bij het verbaasde toehoordertje. „Wat begreep u niet?”
„In deze wereld, de èchte wereld, is niets verkeerd. Maar stel je nu eens voor dat iets niet zo gaat als het hoort te gaan.”
Het kleintje fronste zijn voorhoofd. „Hier?”
„Bijvoorbeeld.”
„Maar alles gaat hier toch volgens Pappa’s wil?”
„Ja. Hier wel, geprezen zij Zijn Naam! Maar in de donkere wereld…”
„Donker… wat is dat eigenlijk?” vroeg het kind zich hardop af.
„Een plaats is ‘donker’ wanneer er geen licht is,” legde de leraar uit.
„O,” was de wel begrijpende maar niet bevattende reactie.
„En in de donkere wereld gaat een heleboel niet zoals Pappa dat wil.”
„Waarom niet?”
„Dat leg ik je nog wel eens uit. Het is niet iets waar we nu op in hoeven te gaan en jij hebt nu al genoeg om over na te denken. En er komt nog meer.”
„Goed,” klonk de vertrouwende instemming van het jongetje, dat zich nu behaaglijk en vol verwachting tegen Guido aan vlijde en even zwaaide naar zijn trouwe, geduldige engelwachter.
„In de donkere wereld leven een getrouwde man en vrouw, die heel veel van Jezus en van elkaar houden,” begon Guido een nieuw hoofdstuk. „Onze Pappa heeft mensen zó geschapen dat Hij liefde als instrument gebruikt om nieuwe mensen te kunnen weven, diep verborgen in het lichaam van de vrouw. Als de tijd rijp is en alles goed gaat, wordt er dan na verloop van tijd een baby’tje geboren. Meestal gaat dat goed, maar de donkere wereld is een gebroken deel van Pappa’s schepping.” Guido keek even omlaag in de ogen van zijn vriendje, en glimlachte toen hij het kinderlijke begrip herkende. „Ver vóórdat Hij zelfs maar met de schepping begon, met alles wat je hier om je heen ziet, had onze Pappa ons al bedacht. Hij heeft daarbij aan jou gedacht, en aan mij… aan iedereen die je kent en die je ooit nog zult ontmoeten. Die man en die vrouw waarover ik al begon, hadden een heel sterk verlangen naar een kindje, een nieuw mensje in hun leven. Jarenlang vroegen ze en dankten ze Pappa en Jezus en de Heilige Geest voor de kinderen die Hij hen zou gaan geven. Maar om een reden die ik niet ken duurde het naar hun maatstaven erg lang en moesten ze veel geduld oefenen voordat Hij aan een kindje in haar lichaam begon te weven. En wat waren ze blij toen ze er achter kwamen! De mensen om hen heen waren allemaal verrast en heel blij, maar de gebrokenheid van de donkere wereld liet zich nog gelden. Tot de dag waarop Jezus het allemaal zal herstellen zal dat soms blijven gebeuren…”
„Wat gebeurde er dan?” vroeg het jongetje, met een scheefgehouden hoofdje en ogen als vraagtekens. Hij verslónd Guido’s woorden — zó greep het verhaal hem aan.
„Door het effect van de breuk in de schepping, die ontzettend veel verstoort daar, ging er iets niet volgens Pappa’s wil. Normaal komt een mensje waaraan Hij net begonnen is in een speciaal plekje terecht in het lichaam van de moeder. Dit keer liep het anders. Het jonge leventje kwam op een plek terecht die niet daarvoor bedoeld is.”
„Oh…”
Guido controleerde weer of op dit cruciale moment zijn woorden goed overkwamen. Hij bad nogmaals om wijsheid en ging verder met: „Het kindje zou op die plek niet verder hebben kunnen groeien en er is daar nog geen manier om het probleem op te lossen.”
„Dus… ik kón niet naar de donkere wereld om daar te leven,” begreep het kind, dat nu tranen in de ogen had.
„Alleen El Elohim weet hoe moeilijk hun keuze was, en hoe veel verdriet het hen deed,” antwoordde Guido schor. „Ze konden niet anders dan je toen al, meteen aan het begin van jouw kleine bestaan, aan Hem terug te geven.”
„Dus, ik heb een èchte, eigen pappa en mamma?” klonk het verstikt tussen de smalle, trillende lippen.
„In de donkere wereld, tot ze hier binnen worden gebracht,” antwoordde Guido. „En na het verlangen Jezus te mogen ontmoeten is hun grootste verlangen om jou in hun armen te mogen sluiten.”
„Hoe weet u dit allemaal?”
„Jezus heeft mij verteld wat ik je zojuist verteld heb.”
„Heb ik ook broertjes en zusjes?” wiebelde het kleine ding op en neer, niet in staat zijn enthousiasme te bedwingen.
„Dát zul je Hem zelf moeten vragen,” lachte Guido.
„Hoe héten mijn pappa en mamma?”
„Patrick en Klazien de Jong,” verklapte Guido.
Plotseling werd het kleintje weer stil. Met een blik vol begrip zei het: „Die drie kinderen… waren dat úw kinderen?”
Guido knikte. „Mijn vrouw zou een tweeling krijgen, maar de meisjes stierven voordat ze geboren werden. Jaren later raakte ze opnieuw in verwachting…” — zijn stem begaf het.
„…en dat was net als bij mij?” vroeg het kleintje.
Guido knikte.
„En…,” vulde het kinderstemmetje verder aan, „dat liep verkeerd af voor uw vrouw?” Vervuld van medelijden werden de armpjes om Guido’s nek geslagen. „Wat is Pappa goed, hè?”
„Amén!” lachte Guido. „Hij is de Hersteller van verbroken gezinnen. Hij doet niets liever dan mensen die elkaar gemist hebben, bij elkaar brengen!”
„Wanneer kómen ze?” vroeg de kleine enthousiasteling vol hemels kinderlijk ongeduld.
„Ik weet het niet,” wilde Guido zeggen, maar hij werd in de rede gevallen door een Stem, die zó veel liefde in zich droeg, dat het onmogelijk was er doorheen te spreken.
„Je zult niet láng hoeven te wachten, Mijn kleine Jotham de Jong! Níéts duurt hier lang!”
„Jezus!!!” riep de kleine uit, terwijl hij in de eeuwige armen sprong.
„Zullen wij samen de Poort eens gaan bekijken waar ze gauw doorheen zullen komen om jou te ontmoeten en vast te houden?”
„Mag meneer Guido óók mee?” vroeg Jotham.
„Geen verzoek zal ik je weigeren, kleintje!” lachte de Man met de Stem, die de schepping gesproken had.
Jotham’s engelwachter keek vol ontzag en eerbied toe hoe de twee mannen in de verte verdwenen, terwijl de kleine Jotham om hen heen danste.
„Niets duurt hier lang,” herhaalde hij bij zichzelf de woorden van wijsheid. En hij voegde eraan toe: „Maar van Jezus krijg je nóóit genoeg!”
Gepost op 14-04-2006 om 19:42 uur
628 keer gelezen

Alle verhalen van deze schrijver (EsQuizzy)

Door: Arnet
Hoop dat veel mensen bemoedigd zullen worden door dit verhaal, wij tenminste wel!
Gepost op 14-04-2006 Om 19:45
En daar ben ik erg dankbaar voor.
Gepost op 14-04-2006 Om 19:50

Door: Arnet
Gepost op 14-04-2006 Om 19:53

Door: Auke-Willem (AW)
Cool!
Gepost op 19-04-2006 Om 11:36

Door: Tines
Waaauww.... Supermooi dit verhaal.. Het is een opvatting, we kunnen het niet weten, maar het is wel een heel mooie opvatting waar ik me ook in kan vinden.. Ik hoop dat het zo is.. Dat is goed voor mensen die zich hierin herkennen... Dit bemoedigt mensen vast wel..!
Gepost op 04-03-2008 Om 22:58
Dank je!
Gepost op 04-03-2008 Om 23:02

Dit werk is ingezonden op http://www.blocnoot.nl en blijft te allen tijde eigendom van de feitelijke auteur van het werk (of bloCnoot zolang de auteur niet kan worden teruggevonden). Zonder toestemming van de feitelijke auteur mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen. BloCnoot zal nooit toestemming geven indien de auteur niet teruggevonden kan worden. Mocht er sprake zijn van misbruik van de inhoud van het gepubliceerde werk op welke manier ook zullen er (in samenspraak met de auteur) stappen ondernomen worden.